Groeiplaatsonderzoek, denk hierbij aan:
- Lucht in de bodem De verhouding van zuurstof, koolstofdioxide en methaan in de bodem.
- Water in de bodem Hoeveel water de bodem kan vasthouden en leveren aan planten, en hoe hoog het grondwater staat.
- Vruchtbaarheid Hoeveel voedingsstoffen de bodem bevat.
- Bodemopbouw De lagen waaruit de bodem bestaat en hoeveel ruimte wortels hebben om te groeien.
- Zichtbare problemen Dingen zoals verdichting, een afgesloten bodemoppervlak of andere dingen die de groei belemmeren.
Boomonderzoek, denk hierbij aan:
- Vitaliteit Hoe gezond en groeikrachtig de boom is.
- Conditie van kroon, stam en wortels
- Ziekten, plagen en aantastingen Eventuele schimmels, insecten of beschadigingen die de boom verzwakken.
- Gebrek- of overmaatverschijnselen Tekenen dat de boom te weinig of juist te veel voedingsstoffen of water krijgt.
- Bewortelingspatroon Waar de wortels zich bevinden en hoe diep ze groeien.
- Takaanhechting Hoe de takken vastzitten aan de stam.
- Stabiliteit Onderzoek naar de stevigheid van de boom en het risico op omvallen of takbreuk
Bemonstering, denk hierbij aan:
- Onderzoek van bodemmonsters op o.a. stikstof (N), fosfor (P), kalium (K), magnesium (Mg), chloride (Cl) en het percentage droge stof.
- Een bemestingsadvies
Structurele verbetering van de groeiplaats, denk hierbij aan:
- Verdichting opheffen: de bodem losmaken zodat wortels weer kunnen groeien.
- Afdichting van de toplaag opheffen: de bovenste laag weer doorlatend maken.
- Bodemverbetering / gronduitwisseling: slechte grond vervangen of verrijken.
- Ontwatering / afwatering: zorgen dat overtollig water weg kan.
- Dieptebemesting: voedingsstoffen diep in de bodem aanbrengen.
- Oppervlakkige bemesting: bijvoorbeeld fosfor, kalium of magnesium toevoegen wanneer de bodemtest dit aangeeft
Bescherming van de groeiplaats
Maatregelen zoals palen, hekwerk, een verhoogde boomspiegel of bodembedekkers om de boom en wortelzone te beschermen.
Kroonsnoei (herstel en stabiliteit)
- Herstellen van de natuurlijke kroonvorm.
- Herstel van schade door storm, bliksem of ijzel.
- Terugbrengen van de oorspronkelijke snoeivorm.
- Stabiliteitssnoei om risico’s te verminderen.
- Herstellen van balans tussen kroon, stam en wortels.
- Corrigeren van ongunstige of zwakke takaanhechtingen.
Als dit nodig is voor het voortbestaan van de boom of als kroonsnoei geen oplossing is, kan het verankeren van takken nodig zijn.