Direct naar de content

Coalitieakkoord Samen maken we Wageningen

Op deze pagina staat de volledige tekst van het coalitieakkoord Samen maken we Wageningen. In het akkoord staan de belangrijkste afspraken en plannen van de gemeente. De Stadspartij en Pro gaan hier van 2026 tot 2030 mee aan het werk.

Lees de volledige tekst op deze pagina of download de opgemaakte printversie van het coalitieakkoord (pdf, 5 mb).

Inhoudsopgave

Inleiding

Dit is ons coalitieakkoord voor de komende bestuursperiode 2026 – 2030. In dit akkoord staan alleen de onderwerpen waarover we als coalitie concrete afspraken hebben gemaakt. Op deze onderwerpen willen de komende jaren extra inzetten. Daarmee maken we duidelijk wat we gezamenlijk hebben afgesproken. Dat betekent niet dat de onderwerpen, thema’s of organisaties die we niet noemen niet belangrijk zijn. Integendeel. We bouwen voort op visies en beleid dat er al ligt en waar de afgelopen jaren ook al stappen in zijn gezet. We zetten nadrukkelijk in op het realiseren van deze visies en beleidsstukken, zoals de Visie Economie, het Omgevingsprogramma Mobiliteit en het Biodiversiteitsplan.

In het coalitieakkoord benoemen we hoofdthema’s waar mensen zich in herkennen. Het werk van de gemeente raakt veel verschillende onderdelen van het dagelijks leven. Wonen, zorg, economie, mobiliteit, duurzaamheid en leefbaarheid hangen sterk met elkaar samen. Daarom kiezen we ervoor om bij de uitvoering deze vraagstukken niet los van elkaar te benaderen, maar in samenhang. Door integraal te werken willen we betere, efficiëntere en duurzamere oplossingen bereiken.

We benadrukken dat we de ambities in dit coalitieakkoord alleen kunnen bereiken door samenwerking. Samenwerking met onze inwoners in de stad, onze vele organisaties en verenigingen, maar ook ondernemers, bedrijven, Wageningen University & Research (WUR) en overheden. Samenwerking in de regio doen we vanuit het principe dat we van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen versterken. We maken de keuze om extra in te zetten op de lobby richting andere overheden en subsidiegevers. Daarbij maken we graag gebruik van de kennis en kunde van de provincie Gelderland.

Wageningen heeft een bijzondere bijzondere demografische samenstelling: door de universiteit zijn er relatief veel jongeren, jongvolwassenen en studenten in onze stad. Daarbij kent onze stad een diversiteit aan nationaliteiten en culturen. In de komende periode zetten we extra in om jongeren (en daaronder verstaan we expliciet ook
onze studenten) een thuis te geven in onze stad. Tegelijkertijd groeit ook het aantal ouderen in onze stad. We vinden het heel belangrijk dat juist ook deze doelgroep kan blijven meedoen in onze samenleving. In alle thema’s, of het nu gaat om bestaanszekerheid, sport, cultuur of wonen, hebben we daarom nadrukkelijk aandacht voor deze ouderen.

Wageningse inwoners zijn actief betrokken bij de ontwikkeling van de stad. Via vrijwilligersorganisaties, buurtverenigingen en inwonersinitiatieven dragen zij bij aan een fijner Wageningen. Inwoners denken mee over gemeentelijke plannen en komen zelf met ideeën en initiatieven. Actief burgerschap vinden we belangrijk: samen pakken we kansen en uitdagingen aan. De gemeente werkt hierbij soms als initiator en soms als facilitator. We betrekken ervaringsdeskundigen en direct betrokkenen bij beleid en uitvoering en stimuleren maatschappelijke initiatieven. Ontmoeting speelt daarbij een belangrijke rol. Daarom ondersteunen we formele en informele ontmoetingsplekken. We zijn trots dat we ons coalitieakkoord kunnen uitvoeren dankzij de kracht van betrokken inwoners, actieve verenigingen, gemotiveerde ondernemers die zich dagelijks inzetten voor de samenleving. Dat maakt Wageningen tot de stad waar we zo van houden.

Uitdagingen

We doen dit alles in een tijd waarin veel verandert. Internationale ontwikkelingen, onzekerheid rond financiering en grote maatschappelijke opgaven hebben ook op Wageningen hun invloed.

We zetten nadrukkelijk in op ‘van formuleren naar realiseren’ en bouwen voort op visies en beleid dat er al ligt. Onze ambities in dit coalitieakkoord geven ons richting, maar we zijn ons zeer bewust dat we juist ook komende jaren keuzes moeten maken. We zijn realistisch en zien ook de uitdagingen op het gebied van bijvoorbeeld financiën, netcongestie en stikstof. Ook hebben we aandacht voor de uitvoeringskracht van onze gemeentelijke organisatie.

We willen vaart maken bij de daadwerkelijke realisatie van onze plannen. We zijn duidelijk over waar er wel of geen sprake is van participatie en welke vorm van participatie. Zo voorkomen we verkeerde verwachtingen. We geven bij de start van nieuwe projecten of processen duidelijk aan hoe en op welke onderdelen inwoners betrokken gaan worden.

naar boven

Hoe wij willen besturen en samenwerken met de stad

De Stadspartij en PRO hebben ieder hun eigen achtergrond. Waar wij elkaar vinden is onze betrokkenheid bij de inwoners van de stad en wat belangrijk is voor Wageningen: een stad waarin mensen zich thuis en verbonden voelen, gehoord en gezien worden en samenleven en werken aan een duurzame toekomst.

Rode draad in de manier waarop wij willen besturen is verbinding.

De Stadspartij en PRO willen dat Wageningen een stad is waarin mensen elkaar kennen, elkaar ontmoeten en samen verantwoordelijkheid dragen voor hun omgeving. Dat betekent actief bruggen slaan tussen verschillende groepen inwoners, maar ook tussen de gemeente en de stad. Als bestuur willen we hierin ook juist het goede voorbeeld geven. We gaan het gesprek aan met een open blik, proberen elkaar en elkaars standpunt te begrijpen en geven elkaar daarin de ruimte. Daarbij durven we ook (van elkaar) te leren.

Die verbinding vraagt om openheid en transparantie. We nemen inwoners serieus en vinden het belangrijk dat inwoners begrijpen wat er gebeurt en waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Dat betekent dat we helder communiceren over plannen, dilemma’s en besluiten. We gaan het gesprek aan en luisteren. We maken de stad samen. We kijken per onderwerp naar het beste moment en de beste manier en hebben daarbij bijzondere aandacht voor groepen die we moeilijk bereiken. Door het gesprek aan te gaan en ruimte te geven aan verschillende meningen, ontstaat een sterkere democratie waarin inwoners zich serieus genomen voelen. Tegelijk durven we, waar nodig, ook moeilijke besluiten te nemen en deze besluiten ook uit te leggen. We staan voor wat we zeggen.

Daarbij hoort ook betrouwbaarheid en vertrouwen. Het bestuur moet doorgaan met doen wat het belooft en consistent handelen. Inwoners moeten erop kunnen vertrouwen dat afspraken worden nagekomen en dat beleid niet zomaar verandert. Die voorspelbaarheid geeft rust en vertrouwen en vormt de basis voor een goede relatie tussen bestuur en inwoners.

Wij werken vanuit vertrouwen met onze inwoners en nemen dat als uitgangspunt in ons handelen. We maken procedures zo eenvoudig mogelijk en beperken regels. Tegelijk beseffen we dat we niet iedereen in de stad kunnen bereiken of vertrouwen kunnen geven. We zien onze maatschappelijke organisaties, verenigingen, samenwerkingsverbanden en ondernemers als belangrijke partners. We kennen onze ‘informele leiders’ in de stad en spreken hen regelmatig. Zo weten we wat er leeft, ook bij inwoners die ons minder goed weten te vinden.

Een andere belangrijke waarde is inclusiviteit. Wageningen is een diverse stad en die diversiteit zien de Stadspartij en PRO als een kracht. Iedereen moet zich thuis kunnen voelen en gelijke kansen krijgen, ongeacht achtergrond, inkomen, beperking, geaardheid of geloof. Dat vraagt om actief beleid dat uitsluiting tegengaat en juist inzet op gelijke kansen voor iedereen.

Er is zorg voor elkaar. De Stadspartij en PRO willen dat niemand in Wageningen buiten de boot valt.

In een solidaire samenleving betekent dat aandacht voor betaalbaar wonen, bestaanszekerheid en het ondersteunen van mensen die dat nodig hebben. In een stad waar mensen naar elkaar omkijken, ontstaat een sterke en weerbare gemeenschap waarin iedereen mee kan doen.

Daarnaast speelt duurzaamheid een grote rol. De partijen willen zorgvuldig omgaan met de leefomgeving en investeren in een groene, gezonde stad. Dit betekent aandacht voor natuur, klimaat en een inrichting van de stad die uitnodigt tot ontmoeting en beweging. Duurzaamheid gaat hierbij niet alleen over het milieu, maar ook over het creëren van een leefbare stad op de lange termijn.

Dat sluit aan bij toekomstgerichtheid. Besluiten worden niet alleen genomen met het oog op de korte termijn, maar juist ook met het oog op de generaties na ons. We werken integraal en over domeinen heen. Of het nu gaat om klimaatadaptatie, woningbouw, financiën of sociale voorzieningen: de keuzes van vandaag hebben gevolgen voor morgen. De samenwerking tussen PRO en de Stadspartij richt zich daarom op het bouwen aan een sociale, veerkrachtige en weerbare samenleving om klaar te zijn voor de toekomst.

Samenwerken met elkaar en met de raad

De samenwerking tussen de Stadspartij en PRO is verbindend en we willen daarmee ook een voorbeeld zijn voor de stad. We hebben een verschillende achterban. We zien dit niet als zwakte, maar juist als een kracht die ons perspectief verbreedt. Waar nodig voeren we scherpe discussies, maar altijd op de inhoud en met respect voor elkaar.

We houden ons aan de afspraken uit het coalitieakkoord. Bij grote veranderingen of omstandigheden die veranderen, zullen we als coalitiepartijen overleg voeren over de grote lijnen. Daarnaast is het belangrijk dat beide fracties de ruimte hebben om onderwerpen te agenderen en eigen accenten te leggen. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat we elkaar niet verrassen: we houden elkaar goed en tijdig op de hoogte en blijven met elkaar in gesprek.

We geven ruimte aan de discussie in de raad. We hechten aan een goede samenwerking tussen college en raad, waarbij belangrijke politieke discussies nadrukkelijk in de raad plaatsvinden. De raad is de plek waar verschillende opvattingen samenkomen, waar debat wordt gevoerd en waar besluiten zorgvuldig worden gewogen.

De raad maakt een raadsagenda waarin we onderwerpen aanwijzen die we extra aandacht willen geven. Veiligheid, sport en cultuur zouden hiervan voorbeelden kunnen zijn. Daarin kunnen we een werkwijze kiezen die past bij dat onderwerp en bij de raad. We hebben ons in dit akkoord zoveel mogelijk op de hoofdlijnen gericht, zodat er veel ruimte blijft voor discussie in de raad. We zoeken de samenwerking met de andere raadsfracties op en gaan open het gesprek aan.

naar boven

1. Onze inwoners en samenleving

1.1 Bestaanszekerheid en sociale gelijkheid

Ambitie

In Wageningen willen we dat iedereen volwaardig kan meedoen aan de samenleving. Dat betekent voor ons: een passend en betaalbaar thuis, genoeg middelen om van rond te komen én om actief mee te doen aan het sociale leven, toegang tot passend onderwijs, gezonde voeding, zorg en ondersteuning wanneer dat nodig is. We doorbreken armoede en voorkomen dat mensen langdurig vast blijven zitten in financiële en sociale problemen. Dit zijn voor ons de pijlers van bestaanszekerheid.

We bouwen aan een stad waar kinderen en jongeren veilig en met vertrouwen kunnen opgroeien en opbloeien. Waar inwoners zich betrokken voelen bij hun straat, buurt en stad. Waar mensen elkaar ontmoeten en helpen en waar zorg dichtbij, toegankelijk en menselijk is. Dit doen we niet alleen. We werken hiervoor samen met vele organisaties en onze inwoners. Vrijwilligers, bewonersinitiatieven en mantelzorgers zijn hierbij van onschatbare waarde. De sociale basis van onze maatschappelijke organisaties, buurthuizen, verenigingen en scholen dragen in grote mate bij aan de veerkracht. We versterken daarom de sociale structuren in de verschillende wijken en ondersteunen inwoners bij het opbouwen van gemeenschappen.

Bestaanszekerheid en gelijke kansen vragen om actief inclusief beleid en om een ongelijke aanpak. Sommige mensen hebben meer ondersteuning nodig dan anderen. Soms vraagt het een andere manier van handelen van organisaties en van de samenleving. Maatwerk is daarbij essentieel.

Zo zorgen we ervoor dat iedereen in Wageningen bestaanszekerheid kan ervaren en kan meedoen, ongeacht achtergrond, inkomen, leeftijd, gezondheid, geaardheid of geloof. Wageningen voert een uniek beleid dat is gericht op persoonlijk maatwerk en vertrouwen. We zijn trots op dit beleid en bouwen hierop voort, met oog voor de rust en regelmaat die de organisatie nodig heeft voor een goede uitvoering.

Tegelijk vragen de wettelijke verplichtingen en de uitvoering van lopend beleid en projecten veel van de beschikbare middelen (financieel en menskracht). Als het nodig blijkt om scherpe keuzes te maken op de sociale voorzieningen/ in het sociaal domein, houden we hierbij altijd rekening met de belangen van mensen die afhankelijk zijn van deze voorzieningen.

Uitdagingen

Mensen kunnen door allerlei omstandigheden of gebeurtenissen moeite hebben om hun leven te organiseren. Dat kan komen door pech of ingrijpende levensgebeurtenissen, zoals een ongeluk, verlies van werk, migratie, relatiebreuk of mantelzorgtaken. Schulden kunnen een grote invloed hebben op iemands welzijn. Schuldhulp en preventie blijft daarom een belangrijk aandachtspunt.

Ook mentale of lichamelijke gezondheidsproblemen, moeite hebben met taal of begrijpend lezen, een functiebeperking of de plek waar je woont kunnen het moeilijker maken om zelfstandig een zeker bestaan op te bouwen. Daarnaast kunnen discriminatie en uitsluiting een rol spelen. Regelingen, systemen en ondersteuning zijn soms ingewikkeld of onvoldoende toegankelijk, waardoor mensen vastlopen. Niet alle inwoners weten de gemeente te vinden voor hulp of zijn juist tijdens het hulptraject afgehaakt. Taal en informatie sluiten niet altijd aan bij specifieke doelgroepen. Ook kan argwaan worden vergroot door desinformatie en sociale media.

Bestaanszekerheid staat onder druk door stijgende zorgkosten, woonlasten en andere financiële lasten. Het sociaal minimum wat het Rijk aanbiedt is vaak niet genoeg om vaste lasten mee te betalen, laat staan om van te leven. Ook in Wageningen zijn er nog altijd kinderen die opgroeien in armoede. Scholen spelen een belangrijke rol in de ondersteuning van kinderen, maar hebben al veel andere taken.

Zorgkosten nemen toe door het eigen risico, eigen bijdragen en kosten voor medicijnen en hulpmiddelen. Voor mensen met weinig geld wordt noodzakelijke zorg steeds moeilijker te betalen. Goede zorg dreigt zo alleen nog bereikbaar te zijn
voor wie het kan betalen.

Ook het vinden van een passende en betaalbare woning is steeds lastiger, waardoor steeds meer mensen in ongeschikte huisvesting wonen of dak- of thuisloos raken.
De Wageningse bevolking heeft een bijzondere samenstelling. Door de universiteit zijn er relatief veel jongeren en jongvolwassenen en is er een grote diversiteit aan nationaliteiten en culturen. Het grote aantal studenten in de stad geeft zowel uitdagingen als kansen. Tegelijkertijd groeit het aantal ouderen. Elke groep kent zijn eigen dynamiek, kansen en uitdagingen. We zien dat jongeren (studenten) steeds vaker ernstige mentale en psychische klachten hebben, vaak in combinatie met gedrags-problemen of verslaving.

Ouderen hebben naast fysieke beperkingen ook vaker last van mentale en psychische klachten. Ook neemt de groep met geheugenproblematiek en dementie toe. Zij wonen langer thuis met zwaardere zorgvragen, waardoor mantelzorgers vaker overbelast raken. Bij alle groepen zien we toenemende stress door onzekerheid over geld, toekomst, klimaat en wereldpolitiek. Eenzaamheid en polarisatie nemen toe. Sociale media en technologische ontwikkelingen zorgen soms voor splitsing en wantrouwen tussen groepen in de samenleving. In de samenleving wordt er door inwoners veel onbetaald werk verzet, vaak in de vorm van zorgtaken. Een groot deel van deze onbetaalde zorgtaken ligt bij vrouwen. Het is belangrijk om aandacht te hebben wie de lasten (extra zorgtaken) draagt, nu en wanneer er een groter beroep wordt gedaan op inwoners en organisaties.

We hebben in onze stad relatief veel vrijwilligersorganisaties en verenigingen. Daar zijn we trots op. Tegelijkertijd geven deze organisaties aan dat zij behoefte hebben aan meer facilitering vanuit de gemeente. Ze moeten vaak zelf het wiel uitvinden als het gaat om aanvragen van subsidies of vastgoedbeheer. Betere samenwerking en kennisdeling versterkt de sociale basis.

Tegelijkertijd krijgen gemeenten steeds meer taken van het Rijk, terwijl de financiële middelen afnemen. Er is ook een krapte aan beschikbare medewerkers, zowel bij de gemeente als bij organisaties in het sociaal domein. Dit zet de uitvoering onder
druk. Ook vrijwilligerswerk en mantelzorg, waar Wageningen sterk op leunt, staan onder spanning.

Doelen

  • We streven ernaar dat alle inwoners voldoende middelen hebben om van rond te komen en op een volwaardige manier mee te doen in de samenleving. We ondersteunen mensen om uit de schulden te komen en streven naar zo veel mogelijk preventie van schulden.
  • We verbeteren de ondersteuningservaring van inwoners, door een zo gelijkwaardig mogelijke benadering en per situatie te kijken naar de meest passende contactvorm.
  • We streven ernaar dat zorg, ondersteuning en hulpmiddelen betaalbaar zijn en zoveel als mogelijk aansluiten bij de behoeften van mensen met verschillende (culturele) achtergronden, leeftijden, sociaaleconomische status of beperkingen.
  • We zetten in op preventie om zwaardere zorg te voorkomen.
  • De lopende projecten op de Hervormingsagenda Jeugd en de invoering van het sterke lokale team zorgen ervoor dat jeugdzorg beschikbaar blijft voor wie deze nodig heeft. Wachtlijsten worden ingekort en gespecialiseerde kennis blijft behouden.
  • Zekerheid van een (t)huis: er zijn voldoende passende en betaalbare woningen. We zetten ons actief in om dak- en thuisloosheid tegen te gaan (zie 2.1 Wonen, ruimte en schaalsprong).
  • We vergroten kansengelijkheid voor mensen via onderwijs, sport, (vrijwilligers)werk en cultuur. Daarbij hebben we expliciet aandacht voor kansengelijkheid bij kinderen en jongeren.
  • We streven ernaar dat zoveel mogelijk inwoners zinvolle en positieve bezigheden en werkzaamheden hebben, waarbij zij hun talenten optimaal kunnen inzetten en zich verder kunnen ontwikkelen. Waar nodig ondersteunen we inwoners bij het vinden van betaald of onbetaald werk, zoals vrijwilligerswerk. We werken hiervoor samen met onze partners zoals Welsaam.
  • We werken samen met maatschappelijke organisaties, bewonersinitiatieven en vrijwilligers aan een toegankelijke en sterke sociale basis. We versterken de ondersteuning van bewonersinitiatieven en zetten in op veerkrachtige en weerbare buurten en netwerken. We streven naar formele en informele ontmoetingsplekken in de wijk waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten, ondersteuning kunnen vinden of activiteiten kunnen organiseren. Deze plekken kunnen ook ondersteunend zijn op momenten van nood.
  • We verbeteren de ondersteuning van mantelzorgers en zorgvrijwilligers. Daarbij houden we rekening met de ongelijke verdeling van zorgtaken, die grotendeels bij vrouwen liggen.
  • We zijn als gemeente goed benaderbaar en toegankelijk voor inwoners. We zoeken actief contact met juist de mensen die de weg naar het gemeentehuis minder goed vinden.

Resultaten

  • We willen dat meer inwoners worden bereikt die recht hebben op het Maatschappelijk Meedoen Budget (MMB) en die er nu nog geen gebruik van maken, zodat zij minder financiële problemen hebben. Met een preventieve aanpak willen we voorkomen dat mensen in de schulden raken. We ondersteunen zoveel mogelijk mensen bij het oplossen van schulden.
  • We willen dat meer inwoners op tijd, goed en passend worden ondersteund bij een hulp- of zorgvraag. We verbeteren de manier waarop mensen contact ervaren bij ondersteuning, waarbij we uitgaan van de vaardigheden, talenten en behoeften van mensen.
  • Mensen met een zorgvraag (zoals dementie of een functiebeperking) kunnen goed meedoen in de samenleving. We sluiten hier onder andere aan bij de Woonzorgvisie, het actieplan Dementie 2025 – 2027 en de verdere uitwerking van het VN‑verdrag voor mensen met een handicap (zie 1.2 DIG).
  • Jeugdzorg is goed op elkaar afgestemd. Specialistische jeugdhulpfuncties zijn geborgd in beleid. Er is een uitvoeringsprogramma om de mentale gezondheid te verbeteren, met specifieke aandacht voor jongeren en studenten. Dit programma sluit aan bij al lopende acties en landelijke en regionale afspraken.
  • De sociale basis is versterkt. Er zijn veerkrachtige netwerken in elke buurt of wijk, met toegankelijke formele en informele ontmoetingsplekken waar inwoners, formele en informele organisaties elkaar weten te vinden.
  • Scholen zijn veilig, uitnodigend, duurzaam en multifunctioneel. Basisonderwijs is dichtbij. Waar nodig wordt gewerkt aan een rijke schooldag en is er extra huiswerkbegeleiding en leerondersteuning. Accommodaties (schoolgebouwen en speelplaatsen) worden multifunctioneel ingezet, zodat ze een verbindende rol spelen in de wijk en de sociale basis versterken.
  • Bewonersinitiatieven worden ondersteund en weten wat zij aan de gemeente hebben, en andersom.
  • Meer inwoners van Wageningen hebben voldoende democratische, digitale, schrijf- en leesvaardigheden om volwaardig mee te doen aan onze samenleving. Voor anderstalige inwoners is er voldoende aanbod en toegang tot Nederlandse taallessen.
  • Op basis van het project Visie Mantelzorg met Welsaam bepalen we welke interventies en vervolgacties passend zijn. We vragen daarbij nadrukkelijk aandacht voor het versterken van de coördinatie rondom de ondersteuning van de mantelzorg. Mantelzorgers en zorgvrijwilligers worden gehoord en ondersteund.
  • In beleid en uitvoering wordt standaard gebruikgemaakt van ervaringskennis. Ervaringsdeskundigen en sleutelfiguren hebben een volwaardige rol in de ontwikkeling en uitvoering van beleid.
  • We versterken de Wageningse methode ‘Goed Werk’ en nemen daarbij lessen mee uit de Basisbaan‑aanpak van bijvoorbeeld de gemeente Groningen.

naar boven

1.2 Diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid

Ambitie

Wij geloven in een diverse en inclusieve samenleving, waarin iedereen geaccepteerd wordt zoals deze persoon is. Een samenleving waarin mensen ook echt sámen leven. Niet naast elkaar, maar met elkaar. Wij willen dat iedereen zich veilig en thuis voelt in Wageningen. Dat alle inwoners de kans krijgen om zichzelf te zijn en zich optimaal te ontwikkelen, ongeacht afkomst, inkomen, opleiding, gezondheid, leeftijd, gender of geloof. Daarbij willen we ruimte geven aan de verschillen tussen mensen en deze waarderen. Want het zijn niet alleen onze overeenkomsten die ertoe doen. Het zijn juist ook onze verschillen, in perspectieven, achtergronden, kennis en ervaringen, die ons als samenleving sterker en beter maken.

Uitdagingen

Ondanks dat we in Wageningen op allerlei vlakken werken aan diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid (DIG), is ook hier nog steeds sprake van discriminatie en uitsluiting. Zowel zichtbaar als onzichtbaar en zowel bewust als onbewust.

Mensen verschillen op allerlei punten van elkaar. Zoals culturele achtergrond, gender, gezondheid en inkomen. Iemands positie in de samenleving is afhankelijk van de combinatie van deze kenmerken en de mate waarop hiermee rekening wordt gehouden in beleid en systemen (intersectionaliteit)*. Nog te vaak houden systemen te weinig rekening met verschillen tussen mensen, en wordt verwacht dat mensen voldoen aan een standaard plaatje.

Discriminatie en uitsluiting hebben veel negatieve gevolgen op onder andere welzijn, gezondheid, onderwijs en toegang tot werk. Ook kan niet iedereen altijd volwaardig meedoen omdat de fysieke ruimte niet toegankelijk genoeg is ingericht. Mensen kunnen zich hierdoor onveilig voelen en het kan levenslang impact hebben op iemands leven en gevoel van thuishoren.

Doelen

  • We behouden DIG als een van de belangrijkste onderwerpen om de komende vier jaar te versterken. We zorgen voor voldoende capaciteit om dit vanuit de organisatie op te pakken. Dit gebeurt langs twee sporen:
    • Versterking van DIG binnen de gemeentelijke organisatie, met aandacht voor de werkgeversrol, een inclusieve werkomgeving en toegankelijke (digitale) dienstverlening.
    • Uitwerking en uitvoering van integraal DIG‑beleid voor de stad. Dit omvat een lokale inclusieagenda voor het VN‑verdrag, Regenboogbeleid, anti‑racisme en ‑discriminatiebeleid. De intersectionele aanpak¹ wordt ingezet om het beleid en de uitvoeringsagenda te versterken.
  • We voeren diversiteitsbeleid binnen de gemeente met concrete maatregelen om inclusie en diversiteit te vergroten. Bijvoorbeeld door inclusieve werving en doorstroommogelijkheden. We waarderen ervaringskennis en meertaligheid. Er komt een concrete uitvoeringsagenda en veranderingsproces met SMART‑doelen om binnen de eigen organisatie te werken aan DIG. Hierdoor wordt het impliciet en expliciet onderdeel van onze manier van denken en werken.
  • Met de stad bouwen we verder op het beleidskader en met het creëren van een integrale visie, ambitie en beleid op DIG en anti‑discriminatie. Ons beleid heeft oog voor verschillen tussen mensen en past het systeem en spelregels aan om zo te zorgen voor gelijke kansen voor iedereen.

* Een aanpak die er rekening mee houdt dat verschillende vormen van discriminatie en ongelijkheid elkaar kruisen, doordat de positie van mensen in de maatschappij wordt bepaald door de combinatie van hun eigenschappen.

Resultaten

  • Uitwerking en uitvoering van het integraal DIG‑beleid, anti‑discriminatiebeleid en uitvoeringsagenda voor de organisatie. Inclusief de uitvoering en monitoring van de werking hiervan.
  • Uitwerking en uitvoering van het integraal DIG‑beleid, anti‑discriminatiebeleid en uitvoeringsagenda voor de stad. Inclusief de lokale inclusieagenda van het VN‑verdrag Handicap en het Regenboogbeleid. We versterken de positie van deze groepen inwoners met beleid en concrete acties.
  • Verbreding van draagvlak en expertise over DIG onder de medewerkers. DIG is verankerd binnen alle beleidsterreinen van de gemeentelijke organisatie.
  • Een mechanisme waarmee beleid en uitvoering getoetst worden op DIG en gelijke behandeling.
  • Bij uitvoering van het beleid worden inwoners en organisaties nauw betrokken. Initiatieven zoals KetiKoti, Orange the World, Freedom Tours, Decolonisation walks en het onderzoek naar ons slavernijverleden worden verdiept en verbreedt binnen de Wageningse samenleving.
  • Meer maatschappelijke organisaties, verenigingen en samenwerkingspartners zetten zich in de stad in op DIG en het tegengaan van discriminatie. Waar nodig ondersteunen we deze initiatieven.
  • Wageningse scholen hebben concrete stappen gezet op DIG en het tegengaan van discriminatie. Wij stimuleren dat dit opgenomen wordt in het lesprogramma.
  • Zichtbare verbeteringen in toegankelijkheid van openbare ruimte en dienstverlening. Zoals toegankelijke straten, pleinen en speeltuinen en duidelijke bewegwijzering met onderbordjes. Maar ook goede toegang tot informatie en ondersteuning voor juist de laaggeletterde en anderstalige inwoners, ouderen en inwoners met weinig digitale vaardigheden. We bieden informatie aan in meerdere talen en sociale routekaarten op centrale plekken.

naar boven

1.3 Opvang vluchtelingen

Ambitie

In Wageningen zijn én blijven mensen op de vlucht en mensen zonder papieren welkom! De Wageningse ambities gaan verder dan wat er landelijk van ons gevraagd wordt: we nemen hierin een voortrekkersrol en willen die de komende jaren behouden. Wij zorgen dat mensen in Wageningen op een menswaardige manier worden opgevangen of gehuisvest. Dat geldt ook voor ontheemden uit Oekraïne. Samen met organisaties en inwoners zorgen we voor goede ondersteuning en een veilige plek voor wie dat nodig heeft. Hierbij hebben we extra aandacht voor kinderen, jongeren en mensen uit de LHBTIQ+‑gemeenschap. We vinden het belangrijk dat mensen vanaf dag 1 gezien worden en kunnen meedoen in de samenleving. Dit draagt bij aan welzijn, perspectief en een goede start.

Uitdagingen

Wageningen heeft een sterke traditie in humane opvang en wil deze voortzetten. Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met verschillende ontwikkelingen die onze ambitie voor humane opvang en zorg voor mensen op de vlucht en mensen zonder papieren onder druk zetten. Denk aan verharding van Europese en landelijke wet‑ en regelgeving en beeldvorming op basis van onvolledige of onjuiste informatie. Juist in deze context is het belangrijk om te blijven investeren in goede, menselijke opvang en bescherming. Dat vraagt om blijvende inzet en, waar nodig, extra middelen om deze ambitie waar te maken. In Wageningen zijn twee grote opvanglocaties aan de rand van de stad. Dat maakt het moeilijker voor mensen om mee te doen in Wageningen. Ook is er meer anonimiteit en minder privacy op grootschalige opvanglocaties. Dat geeft druk op de bewoners en medewerkers op die locatie.

Doelen

  • In Wageningen is er veel betrokkenheid van organisaties en inwoners bij de opvang van vluchtelingen. Dit brede draagvlak willen we behouden. Het zorgt dat we opvang en ondersteuning goed kunnen organiseren.
  • De opvang en huisvesting voor mensen op de vlucht en mensen zonder verblijfsstatus gebeurt op humane wijze, met ruimte voor privacy.
  • We gaan, naar voorbeeld van Plan Einstein in Utrecht, onderzoek doen naar locaties waar we kleinschalige vorm van opvang kunnen realiseren. Een kleinschalige opvang draagt bij aan welzijn en welbevinden van bewoners. Daarnaast vervult deze plek ook een functie voor ontmoeting en activiteiten van, voor en door de bewoners en buurtbewoners. Dat draagt bij aan verbinding. Buurtbewoners worden vanaf dag 1 meegenomen in de planvorming.
  • Alle mensen op de vlucht en mensen zonder papieren die in Wageningen verblijven worden vanaf dag 1 gezien en kunnen meedoen aan de samenleving. Bijvoorbeeld via onderwijs, taal, (vrijwilligers)werk, sport en cultuur. Ook hier zien we Plan Einstein in Utrecht als een voorbeeld.
  • We benutten de maximale juridische ruimte om mensen op de vlucht en mensen zonder papieren in Wageningen een menswaardig bestaan te bieden en ondersteunen organisaties die hen helpen.
  • Mensen op de vlucht en mensen zonder papieren in Wageningen kunnen met hun vragen terecht en worden gehoord wanneer ze hulp nodig hebben.
  • Kinderen van vluchtelingen volgen passend onderwijs, bij voorkeur in Wageningen.

Resultaten

  • Het beleidskader voor duurzame asielopvang is vastgesteld en wordt uitgevoerd.
  • In het kader van de Spreidingswet heeft Wageningen in de huidige wetscyclus (2025‑2026) een indicatieve opgave gekregen voor het realiseren van 165 opvangplekken. Bij het vaststellen van de opgaven voor alle gemeenten in Nederland heeft Wageningen toegezegd dat wij in deze wetsperiode 650 opvangplekken zullen realiseren. Voor de langere termijn zorgen we samen met het COA voor 550 structurele opvangplekken in Wageningen.
  • Er zijn verschillende locaties in beeld voor kleinschalige opvanglocaties, waarbij het streven is om 1 locatie gerealiseerd te hebben.
  • Mensen op de vlucht en mensen zonder papieren kunnen vanaf dag 1 meedoen in de samenleving. Er zijn voldoende mogelijkheden voor (vrijwilligers)werk, taallessen en meedoen aan sport en cultuur.
  • Het COA, maatschappelijke organisaties en gemeente werken samen via 1 toegankelijk loket waar mensen op de vlucht en mensen zonder papieren terechtkunnen voor alle ondersteuning die ze nodig hebben.
  • De opvang en ondersteuning van mensen zonder papieren blijft beschikbaar.
  • Kinderen van mensen op de vlucht en mensen zonder papieren kunnen naar school in de buurt en er is een structurele en duurzame oplossing voor de Internationale Schakelklas (ISK) gevonden.
  • We vervullen een voorbeeldfunctie in de regio.

naar boven

1.4 Cultuur en erfgoed

Ambitie

Cultuur brengt mensen samen, zet aan het denken, roept emoties op en zorgt voor ontspanning. Kunst en cultuur helpt ons de wereld om ons heen beter te begrijpen. Juist in deze tijd zijn culturele instellingen belangrijker dan ooit. Zij vormen het cement van onze samenleving. Wij vinden het daarom van groot belang om de Wageningse cultuursector te koesteren en nieuwe makers te faciliteren. Dat geldt ook voor ons erfgoed. We zien dat niet alleen als het behouden van onze monumenten. Door verhalen te vertellen, verbinden we generaties met elkaar en laten we onze rijke diversiteit zien. Onze culturele voorzieningen en het verenigingsleven maken Wageningen een plek waar mensen graag blijven en zichzelf kunnen zijn. De komende jaren zetten we ons in voor een nog levendigere en toegankelijkere cultuursector voor iedereen. Dit doen we door cultuureducatie en met een nieuwe cultuurvisie. We gaan voor veel verschillende kunstvormen en genres die passen bij het Wageningen van nu en de toekomst.

Uitdagingen

Er zijn veel initiatieven binnen de stad op het gebied van kunst en cultuur en draagvlak voor samenwerking. Het huidige cultuurbeleid is echter verouderd en initiatieven zijn teveel versnipperd. In Wageningen missen we plekken voor ontmoeting voor meerdere groepen; een plek om samen te komen, te feesten en activiteiten te organiseren. Dat geldt bijvoorbeeld voor jongeren en de internationale gemeenschap. Ook is er een tekort aan oefenruimtes voor muzikanten, kunstenaars en theatergroepen. Wageningen heeft veel mooie lokale festivals, maar deze hebben het steeds moeilijker om de financiën rond te krijgen en geschikte ruimte te vinden.

Voor jongeren is er te weinig te doen als het gaat om cultuur, uitgaan en ontmoeten. Daarnaast is er een spanning tussen de vaak langdurige beleidstrajecten en de dynamische leefwereld van jongeren. Hierdoor voelen jongeren zich vaak niet gehoord of gezien. We moeten nu investeren in jongeren om ze ook daadwerkelijk te binden aan onze stad. De gemeente heeft geld gereserveerd voor een broedplaats (ontmoetingsplaats voor en door jongeren), maar de locatie en exploitatie vragen om daadkracht. Het is van belang dat deze broedplaats/ontmoetingsplek voor alle jongeren toegankelijk is.

We vinden het mooi om te zien hoe de Junushoff en de bibliotheek de samenwerking opzoeken. Wel zien we dat in tegenstelling tot inwoners uit omliggende gemeenten niet alle doelgroepen in Wageningen de Junushoff goed weten te vinden. Daarnaast krijgt de bibliotheek steeds meer (wettelijke) taken. De (structurele) financiering moet aansluiten bij deze taken.

Uitvoering van het programma Erfgoed kost tijd, geld en capaciteit. Naast het voldoen aan de wettelijke eisen heeft Wageningen ook eigen ambities. Daarin moeten keuzes worden gemaakt.

Doelen

  • We werken samen met de cultuursector en de raad aan een nieuwe gezamenlijke cultuurvisie en bijbehorend meerjarig uitvoeringsprogramma. Ook het nachtleven krijgt een plek in de cultuurvisie. Onderdeel van deze gezamenlijke cultuurvisie is het opstellen van de doelen en kaders van de culturele broedplaats/ontmoetingsplek voor en door jongeren. We gaan uit van de kracht van de initiatieven vanuit de stad.
  • We borgen niet alleen het voorzieningenniveau voor onze huidige inwoners, maar houden ook rekening met het benodigde voorzieningenniveau in de toekomst, in relatie tot de schaalsprong. We staan voor behoud van zowel grote als kleine culturele voorzieningen, met elk hun eigen doelgroep.
  • Niet voor iedere inwoner is deelname aan culturele activiteiten vanzelfsprekend. We zorgen dat iedereen in Wageningen toegang heeft. Ook streven we naar meer kunst en cultuur in de openbare ruimte.
  • Door ons erfgoed te behouden en zichtbaar te maken, blijven nieuwe ontwikkelingen verbonden met het verleden. Mensen voelen zich daardoor meer verbonden met de plek. Voor het behoud en zichtbaarheid van erfgoed zetten we in op fondsenwerving.
  • We ondersteunen de samenwerking tussen de bibliotheek (bblthk) en de Junushoff.

Resultaten

  • We stimuleren in het bijzonder voorzieningen voor jongeren, zowel in de binnenstad als daarbuiten. We zorgen ervoor dat zij zoveel mogelijk betrokken worden bij de ontwikkeling van de nieuwe cultuurvisie. Bijvoorbeeld door de jongerenraad actief te betrekken.
  • We zetten ons vol in om een culturele broedplaats/ontmoetingsplaats voor jongeren te realiseren. Een plek waar ze zelf cultuur kunnen maken, elkaar ontmoeten, feesten, lawaai mogen maken, mogen experimenteren en zichzelf kunnen zijn. Dat doen we in samenwerking met de initiatiefnemers uit de stad en andere geïnteresseerden. Programmering en invulling ligt bij de makers. De gemeente is verantwoordelijk voor het vinden van een locatie en voor financiële ondersteuning.
  • We faciliteren een ontmoetingsplek voor de brede internationale gemeenschap. Hierbij werken we samen met Wageningen University & Research en bestaande (studenten)organisaties.
  • Onderdeel van de cultuurvisie is nadere uitwerking van cultuurwerkplaatsen en broedplaatsen. Waar mogelijk zorgen we voor een betere verdeling van de beschikbare ruimtes voor culturele activiteiten. Er zijn meer plekken en oefenruimtes voor verenigingen, organisaties en makers.
  • De Junushoff is een podium van en voor de stad. We zetten in op bredere benutting van Junushoff, zodat we optimaal gebruik maken van de faciliteiten die de locatie van Junushoff biedt. Het poppodium in de Junushoff moet zo onafhankelijk mogelijk kunnen programmeren.
  • We zorgen voor voldoende middelen voor bblthk om de wettelijke taken uit te voeren.
  • Bij het verlenen van cultuursubsidies leggen we de nadruk op initiatieven met maatschappelijke meerwaarde. Voorbeelden daarvan zijn initiatieven die eenzaamheid verminderen en/of wijkgericht werken. We stimuleren daarbij de samenwerking tussen organisaties, maar respecteren de eigenheid van iedere vereniging.
  • Via het integraal evenementenplan zorgen we dat nieuwe en bestaande evenementen plaats kunnen blijven vinden. Dit doen we in samenspraak met inwoners en ondernemers. We zorgen dat er genoeg ruimte blijft voor het organiseren van evenementen in de stad.
  • We voldoen voor onze cultuurhistorie aan de kaders van de Omgevingswet. We houden in vroeg stadium rekening met cultuurhistorische waarden bij nieuwe planontwikkelingen.
  • We zorgen dat ons erfgoed meer zichtbaar is in de stad en integraal onderdeel is van ons beleid rond de aantrekkelijke binnenstad, economie en ruimtelijke ordening. Ons erfgoed verbindt Wageningers onderling, maar trekt ook toeristen aan.

naar boven

1.5 Sport en bewegen

Ambitie

Sport verbindt mensen en is gezond. Daarmee draagt sport bij aan preventie en welzijn en versterkt het de sociale cohesie in de stad. Wij willen dat iedereen in Wageningen sport kan beoefenen, en willen dit actief stimuleren. De basis daarvoor is gelegd in het recent vastgestelde sport‑ en beweegbeleid. Wageningen kent over vier jaar een nog bruisender sportverenigingsleven met genoeg voorzieningen voor iedereen die wil sporten. Daarnaast kunnen inwoners de openbare ruimte in en rond Wageningen goed gebruiken voor wandelen, voetballen, spelen en andere sporten.

Uitdagingen

Sport en bewegen is een basisvoorziening voor alle Wageningers, maar het is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Sportfaciliteiten moeten toegankelijk zijn voor alle inwoners. Dit vraagt extra aandacht en soms ook extra financiële investeringen.

Sport wordt nog te veel gezien als aparte opgave. Het is belangrijk om bewegen integraal mee te nemen in ruimtelijk beheer en ontwikkeling, maar ook in het sociaal domein. Daarnaast zien we een afname van bewegen bij jongeren. Ook vergrijzing vraagt aandacht in aanbod. Lid worden van een vereniging is niet meer vanzelfsprekend. Sport wordt meer gezien als individueel en informeel. Dit leidt tot vrijwilligerstekorten en druk bij verenigingen. Ook de steeds onzeker wordende energiekosten zijn van grote invloed op de exploitatie van het zwembad en sporthallen.

Er is een tekort aan ruimte voor sportvoorzieningen. Met een groeiende stad wordt dat tekort eerder groter dan kleiner. Dat geldt voor sportvelden en hallen, maar ook in de publieke ruimte is verbetering mogelijk. Dit tekort wordt niet alleen veroorzaakt door ruimtegebrek, maar ook door inefficiënt gebruik van voorzieningen en piekbelasting.

Doelen

We zien sport als een belangrijk middel voor het bevorderen van gezondheid en het verbinden van mensen en groepen. In de vorige periode is het nieuwe sport‑ en beweegbeleid vastgesteld. Het is nu van belang om te zorgen voor een voortvarende uitvoering hiervan, die ook past bij de schaalsprong van Wageningen. Dat betekent ook dat er financiële en inhoudelijke keuzes gemaakt moeten worden, zodat we datgeen wat prioriteit heeft als eerste uitvoeren. Deze keuzes gaan we met de gehele gemeenteraad oppakken, waarbij we nadrukkelijk ook de Sportraad betrekken. Het is hierbij belangrijk dat we open en eerlijk communiceren met sportverenigingen, zodat alle partijen weten wat ze kunnen verwachten.

Resultaten

  • We starten met de voorbereiding voor de vervanging van het zwembad. Daarbij hebben we bijzondere aandacht voor de toegankelijkheid (bijvoorbeeld doelgroepenbad) en voor duurzaamheid.
  • We zetten in op toegankelijke sport-, spel- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte. Bij nieuwbouwprojecten wordt daar ruimte voor gereserveerd. Om ervoor te zorgen dat deze voorzieningen maximaal gebruikt worden, worden inwoners zo veel mogelijk betrokken bij de inrichting.
  • De gemeente pakt een regiefunctie en gaat meer sturen op efficiënt gebruik van huidige sportvelden en -hallen.
  • Bij nieuwe sportvoorzieningen staat toegankelijkheid en inclusiviteit voorop.
  • We zetten ons in om de regeling Ik Zwem Mee te laten gelden voor kinderen vanaf 5 jaar. De definitieve beslissing hierover nemen we wanneer het onderzoek naar aanleiding van motie 3M6 is afgerond.
  • We zetten ons in om nog meer scholen gebruik te laten maken van de Rijke Schooldag, waardoor alle Wageningse kinderen toegang krijgen tot sport.
  • We ondersteunen verenigingen in hun wens voor rookvrije complexen en gezonde kantines. Denk hierbij aan het aanpassen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
  • Bij de inrichting van de openbare ruimte houden we rekening met beweging in de openbare ruimte voor jong en oud. We ontwikkelen speelbeleid.

naar boven

1.6 Veiligheid, veerkracht en weerbaarheid

Ambitie

In Wageningen is en voelt iedereen zich veilig. We zien veiligheid als integraal onderdeel van ons denken over ruimtelijke ordening. Veiligheid is niet alleen een taak van gemeente en politie. Veiligheid en weerbaarheid creëer je als samenleving, door op elkaar te letten, daar waar nodig elkaar te helpen en elkaar ook te durven aanspreken. Het startpunt voor veiligheid is de veerkracht van onze inwoners. De sociale basis van onze maatschappelijke organisaties, buurthuizen, verenigingen en scholen ondersteunt deze veerkracht. We versterken daarom de sociale structuren in de verschillende wijken en ondersteunen inwoners bij het opbouwen van gemeenschappen.

De inzet op veiligheid, veerkracht en weerbaarheid wordt raadsbreed vormgegeven en gedragen.

Uitdagingen

Wageningen is een relatief veilige stad, maar toch voelen inwoners zich soms onveilig, maar melden incidenten niet altijd bij politie of gemeente. Ook wordt niet altijd goed teruggekoppeld wat er met een melding is gedaan. Onveilig gevoel ontstaat ook door onveilige situaties in de openbare ruimte of door overlast. Er is ook in Wageningen sprake van discriminatie. Specifieke groepen zoals vrouwen, internationale inwoners en LHBTIQA+’ers lopen meer risico en hebben hier vaker mee te maken.

We zien dat politie en OM overbelast zijn en op sommige punten een terugtrekkende beweging maken. Dit leidt tot een verschuiving van taken richting de gemeente en vergroot de druk op gemeentelijke handhaving.

We zien een toename van meldingen over onbegrepen gedrag en complexe GGZ‑problematiek. Dit legt een steeds groter beslag op onze hulpdiensten. Een integrale aanpak en domeinoverstijgende samenwerking is essentieel. Bijvoorbeeld tussen veiligheid, sociaal domein en GGZ. Verdere samenwerking in de regio is noodzakelijk.

In de samenleving wordt er door inwoners veel onbetaald werk verzet. Dat zijn vaak zorgtaken. Het merendeel van deze onbetaalde zorgtaken ligt bij vrouwen. Juist in onveilige tijden nemen dit soort taken toe. Hardnekkige gendernormen worden bovendien versterkt in onzekere tijden, wat deze last extra vergroot. Het is dus belangrijk om aandacht te hebben voor wie de ‘lasten’ (extra zorgtaken) draagt bij een beroep op burgers om zelf/samen weerbaarder te worden.

Toenemende geopolitieke spanningen, hybride dreigingen, klimaatverandering en een groter risico op langdurige stroomuitval vragen om meer inzet op veerkracht en weerbaarheid van de samenleving. We gaan in een crisissituatie uit van zelfredzaamheid gedurende 72 uur, maar we weten dat deze zelfredzaamheid niet voor alle groepen reëel is.

Op dit moment zijn er nog geen directe en structurele middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten voor het versterken van maatschappelijke weerbaarheid. Toch vinden we het belangrijk om de maatschappelijke weerbaarheid, veerkracht en veiligheid in Wageningen nu al te versterken.

Tot slot is intensivering van de brandveiligheid in huurwoningen in Wageningen een aandachtspunt, met name in appartementencomplexen en oudere gebouwen.

Doelen

  • De veiligheid van alle inwoners van Wageningen wordt verbeterd. Het gaat dan zowel om fysieke, sociale en digitale veiligheid.
  • We zetten in op veerkrachtige buurten, waar mensen elkaar kennen en elkaar kunnen helpen. Zowel in het dagelijks leven als op momenten dat het spannender wordt.
  • Inwoners van Wageningen hebben meer vertrouwen in de gemeente als het gaat om hun veiligheid.
  • Veiligheid, veerkracht en weerbaarheid zijn integraal onderdeel van ons beleid.
  • De integrale regionale aanpak rond mensen met onbegrepen gedrag wordt voortgezet en doorontwikkeld. We hebben hier ook extra aandacht voor inwoners met dementie.
  • We zijn ons er in de beleidsvorming en uitvoering continu van bewust dat veiligheid wordt bereikt door zowel preventie als handhaving. Daarnaast hebben we naast aandacht voor acute problematiek ook aandacht voor een aanpak op de lange termijn.
  • De weerbaarheidsopgave vergt een maatschappijbrede aanpak. We betrekken maatschappelijke organisaties, inwoners en ondernemers bij de aanpak en we ondersteunen bewonersinitiatieven. Daarbij hebben we expliciet oog voor mensen in een kwetsbare positie en buurten waar bewonersinitiatieven minder vanzelfsprekend zijn.
  • We investeren in onze sociale gemeenschap en gebruiken bestaande verbanden zoals (studenten)verenigingen. Omdat we dit ook zien als noodzakelijk voor het opbouwen van een weerbare gemeenschap.
  • We zetten in op het verkrijgen van extra middelen vanuit het Rijk voor het inrichten van noodsteunpunten en burgerhulpverlening.
  • We gaan zorgvuldig om met individuele vrijheden en beschermen het demonstratierecht.
  • We beperken de risico’s bij langdurige verstoringen en crises, onder andere door middel van bedrijfscontinuïteitsplannen.

Resultaten

  • Veiligheid en veerkracht zijn onderwerp van brede gesprekken in de stad.
  • We hebben, samen met bewoners, onveilige plekken in kaart gebracht en waar mogelijk ook direct verbeterd. Hiervoor zijn voldoende middelen beschikbaar. Hierbij hebben we nadrukkelijk oog voor verschillende vormen van onveiligheid en specifieke aandachtsgroepen zoals ouderen, LHBTIQA+‑personen en vrouwen.
  • We verlagen de drempel voor slachtoffers om (seksueel) geweld te melden. We zorgen voor betrouwbare opvolging van klachten en meldingen.
  • We voeren motie 4M2 (maken van een plan van aanpak tegen huiselijk geweld) zo snel mogelijk uit.
  • In elke buurt zijn veerkrachtige netwerken van buurtbewoners (zie 1.1 Bestaanszekerheid en sociale gelijkheid). Inwonersnetwerken werken samen met formele en informele organisaties aan het versterken van hun buurt.
  • Elke wijk is voorbereid op een noodsituatie, waarbij inwoners, gemeente en organisaties samenwerken. Inwoners weten op welke locaties ze terecht kunnen voor hulp of weten hoe ze zelf hulp kunnen bieden. Er vinden realistische oefeningen (doorleefscenario’s) plaats. Het doel van deze oefeningen is niet alleen het testen van noodplannen, maar ook het vergroten van de veerkracht.
  • We zijn als overheid alert op wie de ‘lasten’ (extra zorgtaken) draagt bij een beroep op burgers om zelf/samen veerkrachtig te worden en we sturen actief aan op een gelijkwaardige verdeling.
  • Er zijn voldoende middelen (financieel en capaciteit) beschikbaar om maatschappelijke organisaties die de gemeente willen ondersteunen in de weerbaarheidsopgave te betrekken en te ondersteunen.
  • We hebben profielen ontwikkeld van mensen in een kwetsbare positie en nemen dit mee in onze opgave.
  • Er zijn voldoende boa’s die niet alleen handhaven waar noodzakelijk, maar ook zichtbaar en aanspreekbaar zijn en bijdragen aan het voorkomen van onveilige situaties. Een benchmark met andere gemeenten kan hierbij helpen. We zijn helder over het feit dat boa’s worden ingezet op hun eigen taken binnen afgebakend domein.
  • We hebben een preventieve veiligheidsaanpak, waardoor oorzaken van geweld worden tegengegaan.
  • De gemeente is digitaal meer onafhankelijk en veiliger. Inwoners worden door de gemeente geholpen om hun digitale weerbaarheid te versterken.
  • In bestaande wijken zijn ontmoetingsruimtes cruciaal om de sociale cohesie te versterken. We zetten in op het versterken van deze sociale basis. Bij de inrichting van nieuwe wijken zijn veiligheid en veerkracht direct meegenomen. Het gaat dan zowel om de inrichting van de openbare ruimte als het inzetten op ontmoeting.
  • Er zijn binnen de gemeente bedrijfscontinuïteitsplannen en crisisplannen.
  • Uitbreiding van preventie en bewustwording brandveiligheid door Brandweer samen met gemeente en woningcorporaties. Specifieke aandacht voor studentenwoningen en ‑verenigingen. We leren van goede voorbeelden uit andere steden, zoals Rotterdam.

naar boven

2. Onze stad en leefomgeving

2.1. Ruimte, wonen en schaalsprong

Ambitie

Wageningen gaat de komende jaren een schaalsprong maken. We zorgen dat de stad hier klaar voor is. Dat betekent dat er meer woningen worden gebouwd en hierbij zorgen we dat de voorzieningen meegroeien, zodat de inwoners erop vooruitgaan. De schaalsprong raakt ook aan werken, infrastructuur en duurzaamheid. We zorgen dat de samenhang van al deze onderdelen goed wordt verankerd in beleid en uitvoering.

Iedere Wageninger heeft recht op een betaalbaar en kwalitatief goed huis. Daarom gaan we de komende jaren veel meer betaalbare woningen bouwen: sociale huur, middenhuur en betaalbare koopwoningen. Wageningen is een stad met veel studenten, daarom is het belangrijk om het aantal betaalbare studentenwoningen blijvend aan te laten sluiten op de vraag. Om ervoor te zorgen dat deze woningen voor een lange periode mee kunnen, moeten we rekening houden met duurzaamheid en de verwachte demografische ontwikkelingen.

We dragen daarbij in het bijzonder zorg voor de bouw van woningen voor starters, om deze groep blijvend aan de stad te verbinden. Ook zorgen we voor meer woningen en appartementen voor senioren, dichtbij voorzieningen, zodat iedereen in onze stad fijn oud kan worden. Deze ontwikkelingen vinden plaats met het oog op de bescherming van ons buitengebied.

Uitdagingen

Wageningen kampt met een woningcrisis en groeit. Het woningtekort is een urgent probleem. Dat betekent dat er meer woningen nodig zijn, gepaard met de nodige voorzieningen. Tegelijkertijd zijn de ruimte, middelen en mensen die hiervoor nodig zijn schaars. Daarbovenop zorgen stikstof en netcongestie voor vertraging of zelfs uitstel van projecten. Omdat dit externe factoren zijn waarop de invloed beperkt is, moet de gemeente soms noodgedwongen projecten parkeren en andere projecten naar voren halen.

Voor de betaalbaarheid van nieuwbouw gelden verschillende kaders. Lokaal hebben we de woningmarktstrategie, maar landelijk zorgt de Wet Versterking Regie op Volkshuisvesting (Wvrv) voor andere kaders, die regionaal ingevuld moeten worden. Dat zorgt voor minder duidelijke regels richting marktpartijen, waardoor impasses in onderhandelingen dreigen.

Projectontwikkelaars willen graag zo veel mogelijk woningen in het hogere prijssegment bouwen, terwijl de behoefte juist ligt bij woningen in het lagere prijssegment. Vooral voor starters is er hierdoor weinig aanbod van geschikte woningen. De woningen die beschikbaar zijn, zijn vaak niet betaalbaar. Daarnaast komt de doorstroming in de volkshuisvesting maar beperkt op gang, doordat beschikbare woningen vaak onvoldoende geschikt zijn als woning voor senioren.

De groei van het aantal huishoudens zorgt voor een grotere druk op onze voorzieningen, het voorzieningenniveau zal dus mee moeten groeien.

Doelen

De komende jaren zorgen we voor genoeg betaalbare woningen in onze stad op basis van de volgende doelen:

  • We gaan verder met het bouwen van het vastgestelde aantal van 3.500 woningen voor 2040 (vastgesteld in 2022).
  • Van deze 3.500 woningen is minimaal 30% sociale huur. Daar waar dat mogelijk is bouwen we meer sociale huurwoningen. We streven ernaar om het aandeel sociale huur in de Wageningse woningvoorraad gelijk te houden.
  • We blijven zorgen dat het aanbod van studentenkamers aansluit op de vraag.
  • We kiezen voor een flexibele en projectgerichte benadering zolang de stadsbrede ambities worden gehaald. We wegen per ontwikkeling af welke eisen en ambities prioriteit krijgen, om te voorkomen dat we tempo verliezen. Voor nieuwe ontwikkelingen zetten we onze ambities eenduidig om in eisen richting de markt, zodat er duidelijkheid is.
  • Nieuwbouw vindt plaats in ’de Oksel’ bij het Nieuwe Kanaal en op verscheidene inbreidingslocaties binnen de huidige stadsgrenzen. De uit- en inbreiding van de stad laten we hand in hand gaan met de versterking van de natuur.
  • De woningbouw wordt versneld door bredere inzet van grondbeleid en door het beperken van de stapeling van kwalitatieve eisen, door terughoudend om te gaan met aanvullende, bovenwettelijke eisen.
  • We gaan de huurbescherming verbeteren samen met de huurteams.
  • Er zijn voldoende seniorenwoningen die passend zijn bij de behoeften die er zijn.

Resultaten

  • We hebben een ambitieus volkshuisvestingsprogramma dat gericht is op daadkrachtige uitvoering. Dit programma bevat concrete instrumenten voor de snelle bouw van meer betaalbare woningen. We bouwen deze zoveel mogelijk klimaatadaptief (zie 2.4 Klimaat, energie en natuur).
  • De kaders die de Wet Versterking Regie op Volkshuisvesting (Wvrv) voorschrijft, vullen we met de regio in. Voor Wageningen is bestaand beleid en dit akkoord het uitgangspunt.
  • De gereedschapskoffer om de regie te kunnen pakken op de volkshuisvesting wordt maximaal benut.
  • Er wordt gebouwd op de verschillende inbreidingslocaties en bij het Nieuwe Kanaal.
  • De plannen voor de bouw van een nieuwe wijk in ‘de Oksel’ zijn klaar.
  • We hebben een lobbystrategie om geld voor de woningbouw vanuit het Rijk en de Provincie in Wageningen te laten landen. Daarin trekken we samen op met de regio voor extra slagkracht.
  • De ambtelijke capaciteit is op sterkte om de grote gebiedsontwikkelingen uit te voeren. Om dat voor elkaar te krijgen, zijn er duidelijke keuzes gemaakt in inzet en prioritering van projecten. De nodige middelen zijn toegekend. We zetten ons in om capaciteit bij adviserende disciplines en partners op sterkte te krijgen. We proberen daarbij maximaal gebruik te maken van landelijke en provinciale regelingen zoals flexpools.
  • Projecten met meer woningen en meer betaalbare woningen worden geprioriteerd boven projecten met minder woningen en een lager aandeel betaalbare woningen.
  • De voorrang voor urgente groepen blijft zoals die is. We zetten ons in om dakloosheid (ETHOS-definitie) tegen te gaan.
  • Door hardere eisen aan nieuwbouwprojecten houden projectontwikkelaars bij nieuwe ontwikkelingen zich minimaal aan de gemeentelijke doelen wat betreft de aantallen sociale huur, middenhuur en betaalbare koopwoningen. Gemotiveerd afwijken kan in uitzonderlijke gevallen, mits de ontwikkelaar de gemeente ruimschoots compenseert.
  • We hebben ons maximaal ingezet om het aandeel sociale huur in de woningvoorraad op peil te houden.
  • We onderzoeken en introduceren pilots voor maatregelen om starters te helpen. Zoals een liefdesbonus (tegemoetkoming op wachttijd bij samenwonen in een sociale huurwoning), friendscontracten en KoopGarant-regeling.
  • Om de schaarse ruimte beter te benutten komt er meer hoogbouw. Het stadsbeeld wordt hierdoor versterkt.
  • Bij de planning van nieuwe wijken maken we ruimte voor genoeg groen, sportfaciliteiten, toegankelijkheid en een veilige inrichting voor iedereen.
  • Er komt een aanpak om bestaande woonruimte beter te benutten door het tegengaan van leegstand en splitsen en optoppen te vergemakkelijken.
  • Slechte verhuurders worden snel en voortvarend aangepakt, daarbij werken we samen met het Wageningse huurteam.
  • We voegen nieuwe seniorenwoningen toe binnen de verschillende segmenten. We bouwen deze zoveel mogelijk dementievriendelijk en breed toegankelijk. We bieden ruimte voor bijvoorbeeld gecombineerde wooncombinaties zoals starters en senioren.
  • We houden ons aan wettelijke welstandsverplichtingen en onderzoeken waar aanvullende commissies een minder sturende rol kunnen spelen.
  • Nieuwe studenten kunnen voor 1 mei van het jaar dat ze zijn gestart met hun studie een studentenkamer in Wageningen vinden.

naar boven

2.2. Bruisende binnenstad

Ambitie

Wageningen heeft dankzij onze ondernemers een actieve binnenstad die onderscheidend is ten opzichte van onze buurgemeenten. We zijn als Wageningen trots op onze binnenstad. Het is een plek waar alle Wageningers elkaar ontmoeten en ondernemers de ruimte en zekerheid voelen om activiteiten te ontplooien. Het is ook een plek waar inwoners uit de regio graag naartoe komen om te ontspannen.

We koesteren ons huidig erfgoed en huidige tradities, zoals onze markt op woensdagen en zaterdag. En dankzij ontwikkelingen als nieuw erfgoed, het Vrijheidskwartier en de Stadsgracht kunnen onze ondernemers en inwoners vooruit en genieten we ook in de toekomst van onze bruisende binnenstad.

Uitdagingen

Voor de binnenstad zijn er veel ambities en doelen. Zoals het verbeteren van mobiliteit, meer groen en het versterken van erfgoed. De samenhang tussen deze ambities en doelen is niet altijd duidelijk voor ondernemers, waardoor zij niet goed weten waar ze aan toe zijn. Tegelijkertijd is ook het koopgedrag van consumenten veranderd. Ondernemers hebben behoefte aan duidelijkheid en zekerheid om te kunnen investeren.

De binnenstad is niet altijd goed toegankelijk voor iedereen. Tijdens piekuren en drukke momenten is de druk op parkeerplaatsen voor zowel auto als fiets hoog. Daardoor lopen we het risico dat mensen uit de regio niet meer naar Wageningen komen. Ook kan het dat inwoners en bezoekers uitwijken naar andere plekken als ze veel boodschappen nodig hebben. Daarnaast zijn de directe wegen rondom de binnenstad gevaarlijk omdat men zoekt naar een parkeerplaats.

Vanwege tekort aan fietsparkeerplekken worden fietsen overal in de binnenstad neergezet, waardoor mensen die slecht ter been zijn de winkelstraat niet meer goed kunnen bereiken. Het dichtstbijzijnde openbaar vervoer (OV) is niet voor iedereen op loopafstand. De wandeling van het busstation naar de binnenstad is niet aantrekkelijk. Daarnaast ervaren bezoekers onduidelijkheid over hoe ze Wageningen kunnen bereiken. Dit geldt zowel voor bezoekers die met de auto komen als met het OV (trein, bus).

De binnenstad heeft verschillende functies, zoals economie, wonen en ontmoeten. Deze functies schuren soms, waardoor er overlast wordt ervaren. Deze functies kunnen in tegenspraak met elkaar zijn. Er is sprake van een kwetsbaar evenwicht dat we moeten koesteren en beschermen.

Grote initiatieven, zoals de Stadsgracht, zijn ingrijpend en kostbaar. Hierdoor blijft het vaak bij ambities, wat de geloofwaardigheid van de gemeente aantast.

Een duidelijke profilering van Wageningen is noodzakelijk om onderscheidend te zijn en blijven ten opzichte van andere gemeenten en het huidige voorzieningenniveau in stand te houden.

Doelen

  • De binnenstad is naast een plek om te kopen, ook een plek om te ontmoeten en te recreëren.
  • We vergroten bezoekersaantallen en versterken de binnenstad economisch.
  • Ondernemers maken de binnenstad en worden nadrukkelijk en proactief betrokken bij (uitvoering van) beleid.
  • Wageningen heeft een aantrekkelijk detailhandel- en horeca-aanbod, met speciale aandacht voor de lokale keten en duurzame producten.
  • De binnenstad is aantrekkelijk voor alle inwoners en bezoekers van Wageningen.
  • De binnenstad van Wageningen is zowel met de fiets, ov als auto goed bereikbaar. Daarnaast zijn er in de binnenstad geen obstakels voor mensen met een kinderwagen, scootmobiel, rollator, rolstoel of andere vorm van loopondersteuning. Maatregelen worden in overleg met betrokken ondernemers genomen.
  • De binnenstad is onderdeel van samenhangende profilering van Wageningen. Daarbij is er niet alleen aandacht voor de binnenstad, maar ook voor het buitengebied en Wageningen Campus.
  • Onze binnenstad is groener, beter bestand tegen hitte en aantrekkelijker.
  • Via het integraal evenementenplan zorgen we dat nieuwe en bestaande evenementen in de binnenstad plaats kunnen blijven vinden. Dit in samenspraak met inwoners en ondernemers.
  • Iedereen voelt zich veilig in de binnenstad, ook in de avonduren.
  • We hebben een werkwijze waarop we doelen met elkaar willen combineren, zoals groen en ontmoeten.
  • We werken mee aan de ontwikkeling van het Vrijheidskwartier, inclusief de groene binnentuin.
  • Bij ontmoeten is horeca belangrijk. We creëren zoveel mogelijk flexibiliteit met betrekking tot bestemming en bij de verlening van vergunningen. Wel houden we ook aandacht voor mogelijke overlast voor omwonenden. Andersom spreken we bewoners ook aan wanneer zij overlast veroorzaken.

Resultaten

  • Er wordt snel een parkeeroplossing gecreëerd voor zowel de auto als de fiets. Nadat een parkeeroplossing voor de auto is gevonden, wordt de binnenstad autoluw gemaakt (zoals in het Omgevingsprogramma Mobiliteit staat), waarbij ook oplossingen zijn gevonden voor laden/lossen en oog blijft voor ouderen en inwoners die minder goed ter been zijn.
  • We investeren in het karakter van onze vestingstad. Er ligt een concreet plan voor de uitvoering van de Stadsgracht. We onderzoeken de financiële mogelijkheden voor herstel van het Wallenpad.
  • We hebben samenhangend en eenduidig promotiebeleid voor Wageningen.
  • De verbinding tussen het busstation en de binnenstad is verbeterd. We maken de looproute aantrekkelijker. Ook onderzoeken we of een bushalte dichterbij een mogelijkheid is.
  • Er is meer groen in de stad, met aandacht voor de diervriendelijkheid. We doen dit samen met ondernemers en omwonenden. Waar mogelijk combineren we het groen met zit- en ontmoetingsplekken. Het huidige groen om de stad bij het Plantsoen, Torckpark en het park rond de Junushoff wordt beter bij de binnenstad betrokken.
  • Er zijn toegankelijke openbare toiletten.
  • De binnenstad is goed toegankelijk. We werken hierin samen met belangengroepen zoals ‘Wageningen Inclusief’ en de ondernemers in de binnenstad. Bij toegankelijkheid hoort ook aandacht voor (sociale) veiligheid. We hebben schouwen georganiseerd om onveilige en ontoegankelijke plekken te identificeren.
  • De binnenstad wordt meer bezocht door studenten, ouderen en families (inclusief kinderen). Als gemeente zorgen we voor de juiste voorzieningen, zoals een waterspeelplaats voor kinderen en een ontmoetingsplek voor jongeren (zie ook het thema cultuur).

naar boven

2.3. Economie, arbeidsmarkt en samenwerking

Ambitie

We zetten in op een sterke en toekomstbestendige lokale economie. Ondernemers krijgen goede ondersteuning en inwoners voordeel ondervinden van de groei van de eigen stad. De gemeente is een goede samenwerkingspartner, maar geeft niet zomaar bevoegdheden uit handen. Samenwerking met de Wageningen University & Research (WUR), regionale en lokale partners wordt versterkt, binnen duidelijke bestuurlijke kaders en waar dit duidelijke meerwaarde heeft. We werken aan een inclusieve en circulaire economie die werkt voor iedereen, nu en in de toekomst. We houden vast aan bestaand beleid en gemaakte afspraken rondom de KennisAs.

Uitdagingen

Het is een uitdaging om de groei van de stad ook voordelen te laten bieden voor de inwoners. Ruimte, middelen en arbeid zijn schaars. Daarnaast zorgen netcongestie en stikstofproblematiek ervoor dat het realiseren van nieuwe plannen moeilijker wordt. Dat vraagt om keuzes.

Ondernemers ervaren regeldruk en missen soms duidelijke randvoorwaarden en concrete plannen vanuit de gemeente. Ook benutten we de economische kansen van kennisintensieve bedrijvigheid nog onvoldoende. Daarnaast vraagt de arbeidsmarkt om gerichtere inzet. De vestiging van nieuwe bedrijven zorgt nog voor onvoldoende arbeidsplaatsen voor niet-academisch geschoolden.

Het belang van regionale samenwerking neemt toe, maar actieve deelname kost ook capaciteit. Dit vraagt om gerichte bestuurlijke keuzes. De Visie Economie 2045 en het rapport Wennink vragen om verdere uitvoering en concretisering.

Doelen

  • De komende jaren versterken we onze lokale economie en zorgen we voor brede welvaart.
  • We geven uitvoering aan de Visie Economie 2045.
  • We zorgen voor duidelijkheid. We bieden ruimte aan lokale ondernemers en kennisintensieve bedrijven die bijdragen aan de brede welvaart en werkgelegenheid.
  • We vereenvoudigen en versoepelen de vergunningverlening.
  • We stimuleren de werkgelegenheid. Daarbij ligt de nadruk op het creëren van arbeidsplaatsen voor zowel academisch als niet-academisch geschoolden, ook voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
  • De economische groei van Wageningen draagt bij aan het verbeteren van de brede welvaart, inclusie, duurzaamheid en het creëren van maatschappelijke waarde, zodat iedereen in de stad voordeel heeft van de economische ontwikkelingen.
  • We benutten en versterken onze regionale samenwerkingsverbanden waar dit van meerwaarde is om onze Wageningse doelen te halen. Ook doen we dit als het de positie van de regio nationaal en internationaal versterkt.
  • We gaan door met de uitvoering van het programmaplan Goed Werk.

Resultaten

  • We versterken en borgen de gemeentelijke dienstverlening aan ondernemers via een duidelijk centraal aanspreekpunt. Visies en plannen krijgen een uitwerking met een duidelijk handelingsperspectief voor ondernemers.
  • We inventariseren in beleid en regelgeving waar tegenstrijdigheden of overlap het ondernemerschap onnodig belemmeren. We onderzoeken ook hoe we deze drempels weg kunnen nemen, bijvoorbeeld met een dereguleringagenda.
  • We geven prioriteit aan bedrijven met lokale of regionale binding. Deze bedrijven zorgen voor genoeg werkgelegenheid voor praktisch geschoolden en dragen zoveel mogelijk bij aan een sociale en duurzame stad.
  • De gemeente geeft het goede voorbeeld door zo veel mogelijk in te kopen bij lokale organisaties die bijdragen aan een duurzaam, circulair en inclusief Wageningen. Bedrijven die bijdragen aan onrecht worden actief vermeden bij inkoop, samenwerking en aanbestedingen.
  • We stimuleren toerisme door de lokale economie aan lokale initiatieven te verbinden.
  • De Stadsagenda is een middel tot samenwerking en wordt ingezet als een brede samenwerkingsagenda met Wageningen University & Research (WUR) en andere partners. De Stadsagenda wordt breder ingezet.
  • Wageningen biedt meer ruimte aan kennisintensieve bedrijvigheid en bedrijvigheid die bijdraagt aan een duurzaam, circulair en inclusief Wageningen. We passen lokale regelgeving gericht en zorgvuldig toe, waarbij het doel van regelgeving helder is omschreven.
  • We werken aan een visie op het havengebied met een duidelijk handelingskader richting 2050, op basis van het lopende onderzoek door de provincie Gelderland (2026).
  • De werkgelegenheid is toegenomen met meer arbeidskansen voor inwoners van Wageningen.
  • Ook onbetaald werk wordt door de gemeente gestimuleerd.
  • Iedereen kan naar eigen vermogen een bijdrage leveren aan de samenleving. We ondersteunen daarom mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. We onderzoeken de inzet van basisbanen (zie 1.1 Bestaanszekerheid en sociale gelijkheid).
  • We maken bewuste keuzes in de regionale samenwerkingsverbanden waar Wageningen aan deelneemt. Daarbij leggen we duidelijke accenten die passen bij onze eigen opgaven en ambities. We houden ook rekening met de belangen en impact buiten onze eigen gemeentegrenzen. Daarnaast maken we de afweging op welke onderwerpen we meeliften op de kennis en expertise van anderen, met duidelijke condities en randvoorwaarden.
  • We zetten actief in op lobby om financiële kansen zoveel mogelijk te benutten. We benutten de samenwerkingsverbanden in de regio voor een gezamenlijke lobby richting de provincie, het Rijk en Europa. We stellen hier middelen voor beschikbaar.
  • De Visie Economie 2045 en Food2040 zijn zichtbaar verankerd in beleid en uitvoering. Zo nodig stellen we hier middelen voor beschikbaar. We leggen een koppeling met de lessen uit het rapport Wennink.

naar boven

2.4 Klimaat, energie en natuur

Ambitie

We werken aan een toekomstbestendig en leefbaar Wageningen, waarin huidige en toekomstige generaties prettig kunnen wonen, werken, recreëren en ontmoeten. Daarbij houden wij vast aan de bestaande doelstelling en beleidsmatige koers om Wageningen in 2040 klimaatneutraal en aardgasvrij te maken, met aandacht voor haalbaarheid, betaalbaarheid en maatschappelijk draagvlak.

We zetten in op een duurzame, lokale energievoorziening. Dit doen we samen met inwoners, lokale energiecoöperaties en bedrijven, zodat opbrengsten zoveel mogelijk lokaal terechtkomen. De energietransitie moet eerlijk en inclusief zijn, zodat iedereen mee kan doen, ongeacht inkomen, woonvorm of achtergrond.

Daarnaast werken we aan een stad waarin natuur, biodiversiteit, landschap, landbouw en vergroening een vanzelfsprekend onderdeel vormen van de leefomgeving. Deze dragen bij aan leefbaarheid, ontmoeting, klimaatadaptatie en gezondheid. We zetten in op herstel en versterking van de biodiversiteit, zowel in de stad als in het buitengebied.

Uitdagingen

Klimaatverandering heeft steeds grotere gevolgen voor Wageningen. Toenemende hittestress en wateroverlast zetten de leefbaarheid en gezondheid in wijken onder druk. Tegelijk vraagt de energie- en warmtetransitie de komende jaren forse inspanningen van inwoners, bedrijven en gemeente. De uitvoering wordt daarbij vertraagd of bemoeilijkt door netcongestie, onzekerheid over technieken en zorgen over betaalbaarheid en draagvlak.

De schaalsprong van Wageningen, met meer woningen, voorzieningen en infrastructuur, zorgt daarnaast voor toenemende druk op de openbare ruimte. Hierdoor wordt het moeilijker om voldoende ruimte te behouden en te creëren voor biodiversiteit, landschap en klimaatadaptatie.

De biodiversiteit staat onder druk, ook in Wageningen. Natuurwaarden nemen af en landschappen raken versnipperd. Wageningen wil bijdragen aan grootschalige duurzame energieopwekking, maar erkent ook dat dit invloed heeft op het landschap en de leefomgeving.

Doordat meerdere opgaven samenkomen, zijn duidelijke keuzes en een integrale aanpak op het gebied van klimaat, energie, duurzaamheid, natuur en groen noodzakelijk.

Doelen

  • Wageningen is in 2040 klimaatneutraal, waarbij de CO₂‑uitstoot stapsgewijs wordt verminderd volgens de Klimaatroutekaart 2030‑2040.
  • De duurzaamheidstransitie op het gebied van klimaat, energie en natuur blijft voor alle inwoners haalbaar en betaalbaar, zodat iedereen kan blijven meedoen.
  • Wageningen streeft ernaar in 2030 0,111 TWh (= 400 TJ) duurzame energie op te wekken, conform de afspraken uit de Regionale Energie Strategie (RES). Daarbij staat de bescherming van gezondheid, natuur en leefomgeving voorop.
  • Duurzame energie wordt waar mogelijk lokaal geproduceerd, door bijvoorbeeld 60 tot 80 hectare zonnevelden, 11 hectare zonnepanelen op daken en 1 tot 2 windturbines. Daarnaast kijken we ook naar alternatieve vormen van energieopwekking om te kunnen voldoen aan de RES‑doelstelling. Daarbij hebben we aandacht voor landschapsbescherming en het versterken van de groencorridors tussen Veluwe en Binnenveld. Als de RES‑doelstellingen in Wageningen niet haalbaar blijken, gaan we opnieuw in overleg met onze samenwerkingspartners in de RES.
  • We stimuleren en faciliteren het plaatsen van zonnepanelen op Wageningse daken, met als doel 300.000 zonnepanelen op Wageningse daken in 2030. Daarbij stemmen we opwek en gebruik van energie zo lokaal mogelijk op elkaar af.
  • De bestaande woningvoorraad wordt beter geïsoleerd en verduurzaamd, met extra aandacht voor huishoudens met een laag inkomen en VvE’s.
  • De gebouwde omgeving in Wageningen wordt zoveel mogelijk aardgasvrij en duurzaam verwarmd.
  • We pakken netcongestie aan door procedures voor netverzwaring te stroomlijnen en vraag en aanbod van energie beter op elkaar af te stemmen.
  • Bij grootschalige nieuwbouwprojecten loopt Wageningen voorop in duurzaamheid en klimaatadaptatie.
  • Lokale, wijkgerichte energie‑initiatieven voor opwek, opslag en gebruik van energie worden zoveel mogelijk binnen de wijk zelf gerealiseerd.
  • We streven ernaar dat het gemeentelijke inkoopbeleid in 2030 voor 50% circulair is.
  • De natuur en het open en karakteristieke landschap worden beschermd en versterkt. Samen met onze partners zetten we ons actief in op de realisatie van de groenblauwe dooradering in het buitengebied.
  • Het groen in de wijken voldoet aan een goede kwaliteit en hogere biodiversiteit, volgens de 3‑30‑300‑regel. We behouden de bestaande ecologische hoofdstructuren en maken ruimte voor nieuwe.
  • We hebben aandacht voor dierenwelzijn.

Resultaten

  • Onderdelen van de Klimaatroutekaart 2030‑2040 zijn uitgevoerd.
  • In uitvoeringsplannen ligt de focus op verduurzaming en isolatie van de bestaande woningvoorraad, met nadruk op huishoudens met lagere inkomens.
  • We kijken hoe VvE’s het beste kunnen worden ondersteund bij verduurzamings- en renovatieplannen. Energiearmoede tegengaan is daarbij een prioriteit.
  • De onderzoeken naar de grootschalige opwek van zon en wind zijn afgerond. Windenergie wordt alleen toegestaan als kan worden aangetoond dat er wordt voldaan aan strikte en handhaafbare wettelijke normen voor gezondheid, veiligheid, geluid, slagschaduw en natuur, inclusief de cumulatieve effecten daarvan. We wijken daarbij niet af van wettelijke normen.
  • Als negatieve effecten onvoldoende kunnen worden beperkt, wordt niet overgegaan tot realisatie van windmolens. Er moet een haalbaar financieel plan (positieve businesscase) zijn voor de realisatie van windmolens. Zonder een rendabele onderbouwing worden ze niet geplaatst. Daarbij zijn windturbines voor minstens 51% in het bezit van lokale belanghebbenden. We streven naar 100% lokaal eigenaarschap. De opbrengsten komen zoveel mogelijk lokaal terecht, met speciale aandacht voor omwonenden en het tegengaan van energiearmoede. Ook moet er een bijdrage worden geleverd aan het landschapsfonds.
  • Binnen Wageningen wekken we meer lokale energie op door middel van zonnepanelen op daken.
  • Bedrijven worden actief ondersteund bij verduurzaming, de aanleg van zonnepanelen op daken en het opslaan van zelf opgewekte energie.
  • Het warmteprogramma is vastgesteld en geeft duidelijkheid over de aanpak van isolatie en het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Dat doen we met een mix van collectieve warmtesystemen en individuele oplossingen, met ruimte voor lokale initiatieven.
  • Er zijn nieuwe wijkgerichte energie-initiatieven gestart, waarbij opwekinstallaties, opslag en andere infrastructuur ook zoveel mogelijk in de wijk zelf komt te staan. De gemeente stimuleert dit.
  • Er is een vastgesteld plan voor energiehubs en de uitvoering daarvan is gestart. Dit doen we zoveel mogelijk wijkgericht.
  • Samen met de netbeheerder is gewerkt aan netverzwaring in Wageningen en is een plan opgesteld voor een nieuw onderstation.
  • Nieuwbouwprojecten houden vanaf de planvorming rekening met een netbewuste en energie-efficiënte inrichting.
  • We actualiseren het beleid voor duurzaam bouwen, waarbij we aandacht blijven houden voor energieneutrale en natuurinclusieve landbouw.
  • Het gemeentelijk vastgoed is verder verduurzaamd.
  • Ecologische verbindingszones zijn behouden, versterkt of uitgebreid, conform de visie op het buitengebied. Hierbij is speciale aandacht voor de Noordelijke ecologische verbindingszone (inclusief de Groene Wig) die het Binnenveld met de Veluwe moet verbinden.
  • Het groenonderhoud is verbeterd in de hele stad. Dit is zichtbaar door een coördinatie van het groenonderhoud, hogere kwaliteit van het groenbeheer, een toename van de biodiversiteit en meer aandacht voor veiligheid en het meervoudig gebruik van de openbare ruimte voor sport en ontmoetingen.
  • De natuur en biodiversiteit in en rondom de stad zijn versterkt door verdere uitvoering van het biodiversiteitsplan.
  • Klimaatadaptatie is structureel onderdeel van ruimtelijke plannen en projecten.
  • Klimaat- en natuurbeleid zijn integraal verbonden met wonen, werken en mobiliteit.
  • De samenwerking met de WUR wordt benut om het landschap en de natuur in het Binnenveld te versterken.
  • De gemeente voert actieve lobby richting het Rijk en de regio om aanvullende subsidies en financiering binnen te halen.
  • Het dierenwelzijnsbeleid is uitgevoerd.
  • In 2030 is Wageningen een gezonde, duurzame en inclusieve stad met een sterke sociale cohesie. We werken samen aan een gezonde voedselomgeving, met voor iedereen toegang tot gezond en duurzaam eten van dichtbij. Agrariërs blijven onderdeel van het landelijk gebied van Wageningen. We helpen hen om de transitie naar natuurinclusieve landbouw mogelijk te maken.

naar boven

2.5 Mobiliteit

Ambitie

Inwoners van Wageningen moeten zich vrij, veilig en toegankelijk kunnen verplaatsen van A naar B. De mobiliteitstransitie raakt iedereen. We zorgen voor zoveel mogelijk draagvlak, zodat iedereen mee kan bewegen.

De komende jaren is het omgevingsprogramma mobiliteit onverkort van kracht, waarbij de afspraken in het coalitieakkoord aanvullend zijn. Wageningen is en blijft bereikbaar voor iedereen. Ook voor mensen van buitenaf en inwoners die afhankelijk zijn van de auto.

We zetten ons in om Wageningen nog verkeersveiliger, beter bereikbaar en toegankelijker te maken. Ook voor kwetsbare verkeersdeelnemers en mensen die minder te besteden hebben. Bij de inrichting van de openbare ruimte hanteren we zoveel mogelijk het STOEP‑principe.*

Wageningse kinderen moeten zelfstandig naar school kunnen lopen of fietsen en veilig kunnen buitenspelen. We streven naar een efficiëntere inrichting van de openbare ruimte, ook waar dit mobiliteit betreft. Maatregelen die ingrijpen op mobiliteit worden zo ingezet dat ze bijdragen aan duidelijk geformuleerde doelen uit het omgevingsprogramma mobiliteit.

*De letters staan in prioriteitsvolgorde voor: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Elektrische (deel)voertuigen, Privéauto.

Uitdagingen

Wageningen is niet altijd even goed bereikbaar en verkeersveilig. Regelmatig gebeuren er ongelukken en een goed fiets- en voetgangersnetwerk ontbreekt. Ruimte in de stad is schaars. De demografie en inrichting van onze wijken verschilt sterk. Daarom vraagt iedere wijk om een andere benadering van de mobiliteitstransitie. Ook het openbaar vervoer blijft een uitdaging.

Daarnaast zijn we onvoldoende voorbereid op een uitstootvrije mobiliteit in 2040. Dit kan mogelijk aanvullende maatregelen vragen. Dit vraagt om een voortvarende maar gefaseerde aanpak, omdat maatregelen niet los van elkaar kunnen worden gezien.

Doelen

  • Iedereen moet zich vrij en veilig kunnen verplaatsen, passend bij hun levensfase en mogelijkheden.
  • We voeren maatregelen die bijdragen aan de mobiliteitstransitie stap voor stap uit.
  • We stimuleren het gebruik van alternatieve vervoersmiddelen en creëren draagvlak onder inwoners in de stad voor de mobiliteitstransitie. Daarbij hebben we aandacht voor groepen die minder makkelijk worden bereikt via reguliere inspraakbijeenkomsten.
  • We verbeteren de verkeersveiligheid en overzichtelijkheid van onze wegen.
  • We zorgen dat vervoersmiddelen voor iedereen bereikbaar en toegankelijk zijn.
  • De toegankelijkheid van stoepen wordt beter, vooral voor mensen die gebruikmaken van een kinderwagen, scootmobiel of een vorm van loopondersteuning.
  • We houden ons vast aan het doel van uitstootvrije mobiliteit in 2040 en onderzoeken extra maatregelen om dit doel te halen.
  • We hebben wijkgericht aandacht voor de mobiliteitstransitie.

Resultaten

  • Wageningen is fietsvriendelijker en heeft een uitgebreider fietsnetwerk dat aansluit bij het wensbeeld Fietsnetwerk.
  • We realiseren meer fietsparkeerplaatsen in de binnenstad (onder andere op het Beuningplein), bij het busstation en rond andere voorzieningen. Behalve op het Beuningplein wachten we eerst de realisatie van de parkeergarage af, voordat daar parkeerplaatsen verdwijnen. Waar dit geen parkeerplaatsen kost, realiseren we zo spoedig mogelijk meer fietsparkeerplaatsen.
  • We blijven ons samen met de WUR inzetten voor een betere en snellere OV‑verbinding tussen Wageningen en omliggende steden, inclusief station Rhenen en Ede‑Wageningen.
  • De stad is beter verbonden met het OV‑netwerk. Daarbij onderzoeken we de mogelijkheid van een bushalte dichter bij de binnenstad.
  • We breiden het meldpunt fysieke leefomgeving uit, zodat inwoners fysiek of sociaal onveilige en ontoegankelijke plekken kunnen melden, zoals onbegaanbare stoepen of locaties waar sociale onveiligheid wordt ervaren. We volgen deze meldingen op en geven daarvan een terugkoppeling.
  • Daar waar het een duidelijk doel dient, zoals omschreven in het omgevingsprogramma mobiliteit, voeren we vergunningparkeren in. De kosten voor de eerste vergunning per huishouden worden zo laag mogelijk gehouden. Dat betekent dat niet meer dan de minimaal benodigde opbrengsten worden gevraagd om de kosten voor het vergunningensysteem van de gemeente te dekken. We passen per wijk maatwerk toe om te bepalen of er per huishouden twee vergunningen tegen minimale kosten worden aangeboden.
  • Bij nieuwbouw houden we rekening met de ruimte voor multifunctionele parkeerhubs, zodat er in de wijk meer ruimte is voor spelen, ontmoeten en groen.
  • Voor bestaande wijken verkennen we of en hoe parkeerhubs kunnen worden ingevoerd, in samenspraak met bewoners.
  • We maken vaart met de realisatie van de (tijdelijke) parkeergarage op de Gevangentoren. Zodra deze is gerealiseerd, starten we met het autoluw maken van de binnenstad.
  • We voeren de herinrichting van de openbare ruimte van woonwijk de Nude uit zoals gepland, maar verhogen in het middengebied het aantal parkeerplaatsen ten opzichte van de plannen die voorliggen. We zetten ons in om de kosten van de eerste twee vergunningen voor huishoudens in de Nude tot een minimum te beperken. De gevolgen van de herinrichting worden gemonitord, om snel bij te kunnen sturen als de parkeerdruk na herinrichting te hoog of onnodig laag blijkt.
  • We hebben de (loop)route tussen busstation en binnenstad verbeterd en de omgeving van deze entree aantrekkelijker gemaakt.
  • De maximumsnelheid op de wegen N225, Nijenoord Allee, Kortenoord Allee en Mansholtlaan blijft de komende jaren nog 50 km per uur. De maximumsnelheid op alle andere wegen binnen de bebouwde kom wordt 30 km per uur. Dat geldt ook voor de Rooseveltweg, mits de uitkomsten van onderzoeken naar bereikbaarheid van hulpdiensten en openbaar vervoer dat toelaten. Een aanvullende randvoorwaarde is dat de doorstroming op de Rooseveltweg van en naar de hoofdwegen goed blijft en dat sluipverkeer door wijken wordt voorkomen.
  • We ontmoedigen sluipverkeer zoveel mogelijk.
  • We bekijken de mogelijkheden om de lange aanvraagtermijn voor een parkeervergunning voor mensen met een beperking te overbruggen.

naar boven

3. Onze keuzes en financiën

We waarborgen een gezond financieel perspectief voor de stad, nu en in de toekomst. Dat betekent dat we blijven sturen op een sluitende begroting voor het eerstvolgende jaar, met een realistische doorkijk naar de jaren daarna. Zodat Wageningen financieel wendbaar en weerbaar blijft in een periode van ruimtelijke uitdagingen en onzekerheden. We zetten in op een bestuursstijl waarin budget het beleid volgt en waarin raad, college en ambtelijke organisatie gezamenlijk werken aan beter stuurbare doelen, heldere uitvoeringsprogramma’s en een realistische investeringsagenda. We houden koers, blijven kritisch op uitgaven en ontwikkelen de organisatie verder door waar nodig.

De financiële positie van gemeenten staat onder druk door onzekerheden in het gemeentefonds, de effecten van landelijke besluiten zoals de Commissie Van Ark en de investeringen die nodig zijn voor de schaalsprong. Deze onzekerheden maken het moeilijk om meerjarige financiële kaders vast te zetten. Tegelijkertijd zien we richting 2040 een reeks grote investeringsopgaven op ons afkomen. Onder andere vanuit de schaalsprong en de Visie Bebouwde Kom. We erkennen dat deze opgaven vragen om zorgvuldige afwegingen, scenario’s en een investeringsstrategie die niet alleen kijkt naar kosten, maar ook naar cofinanciering, lobbykansen en de volgorde van investeringen.

Ons gezamenlijke doel is om zorgvuldig financieel beleid te voeren, maar zonder Wageningen op slot te zetten. Dat betekent: geen nieuwe visies of investeringen zonder dekking. Terwijl we wel ruimte houden voor noodzakelijk nieuw beleid wanneer de raad dat wenselijk acht of wanneer er van rijkswege (noodzakelijk) nieuw beleid wordt opgelegd. We hanteren daarbij de feedbackloop waarin beleid, kosten en dekking steeds in samenhang worden beoordeeld.

We spreken af dat meer dan trendmatige verhoging van de Onroerendezaakbelasting (OZB) niet onze eerste voorkeur heeft. Eerst kijken we naar realistische bezuinigingsopties, het “lucht halen” uit de begroting en scenario’s die de minste pijn doen voor inwoners. Tegelijkertijd sluiten we de OZB als instrument niet principieel uit, omdat we als stadsbestuur alle mogelijkheden in beeld moeten houden wanneer de financiële situatie daarom vraagt.

Voor 2027 voegen we geen grote nieuwe investeringen toe. We gebruiken het komende jaar om onzekerheden beter in kaart te brengen, zodat we bij de Kadernota 2027 goed onderbouwde keuzes kunnen maken. Mochten die keuzes impact hebben op de begroting van 2027, kan daar via een begrotingswijziging bij de Bestuursrapportage invulling aan worden gegeven.

Financiële afspraken

  • De begroting is structureel en reëel sluitend. De meerjarenraming hoeft dat niet te zijn, maar herstel via de meerjarenraming moet geloofwaardig en tijdig zijn.
  • Het college werkt bij meerjarenramingen het meest waarschijnlijke scenario uit, met ‘wat als het meevalt’ en ‘wat als het tegenvalt’ als alternatieve scenario’s. Bij begroting 2027 hebben we die scenario’s als basis in beeld, zodat de raad het college ook al aandachtspunten mee kan geven richting verfijning bij de Kadernota 2027. De keuzes maken we bij de Kadernota 2027.
  • Reëel ramen: kosten en opbrengsten volledig, onderbouwd en consistent ramen.
  • Financieel technische maatregelen uit het BDO‑rapport passen we waar nodig toe.
  • We brengen de onzekerheden in inkomsten (Van Ark, gemeentefonds) beter in kaart.
  • We actualiseren jaarlijks het vierjarige investeringscohort en rekenen de effecten steeds opnieuw door.
  • We gaan door met het ontwikkelen van een investeringsstrategie, een financieringsstrategie en een groeimodel dat een indicatie kan geven van de overige effecten op baten en lasten en een liquiditeitsprognose.
  • Bij het maken van financiële keuzes voor de begroting geven we het college de opdracht om in ieder geval de volgende principes te hanteren:
  • We wegen financiële keuzes integraal af, in samenhang met andere beleidsvelden en programma’s, om versnippering te voorkomen.
  • Wettelijke basistaken hebben voorrang op niet‑wettelijke taken.
  • Een actueel overzicht van de vervangingsinvesteringen is onderdeel van het afwegingskader.
  • Investeringen moeten passen binnen een door de raad vast te stellen kapitaallastenplafond.
  • Maatregelen, projecten en investeringen moeten uitvoerbaar, werkbaar en duurzaam zijn binnen de gemeentelijke organisatie en waar mogelijk in samenwerking met externe partners.
  • We vragen het college om naast de financiële consequenties ook de consequenties voor de gemeentelijke uitvoeringskracht in kaart te brengen.
  • We vragen het college met een voorstel voor een afwegingskader voor de Wageningse investeringsagenda te komen, waarbij het college in ieder geval aandacht besteedt aan de volgende principes:
  • We investeren alleen wanneer onze doelen niet effectiever of efficiënter door de samenleving of andere overheden kunnen worden gerealiseerd.
  • Het college geeft bij investeringsvoorstellen inzicht in de mogelijkheden voor cofinanciering en subsidiëring. Dit wordt als expliciet criterium betrokken bij de prioritering die aan de raad wordt voorgelegd.
  • Investeringen dragen aantoonbaar bij aan het gewenste niveau van voorzieningen en duurzaamheid. Investeringen versterken de toegankelijkheid, leefbaarheid en sociale cohesie in wijken, evenals de veiligheid en weerbaarheid van de Wageningse samenleving.
  • Bij investeringen maken we inzichtelijk wat de risico’s zijn voor afwenteling van de kosten naar toekomstige generaties, inclusief de maatschappelijke consequenties. Wat zijn de toekomstige lasten en consequenties als we nu investeren? Wat zijn de toekomstige lasten en consequenties als we nu niet investeren (indien mogelijk)?

naar boven