Op 30 mei 1940 kwam de gemeenteraad van Wageningen bijeen. De eerste keer na de capitulatie van Nederland en na de verwoesting van onze stad tijdens de slag om de Grebbeberg. In het verslag van de vergadering, dat wordt bewaard in het archief van onze gemeente, staat nauwkeurig opgetekend wat er werd gezegd.
Het leest als een onwerkelijke bijeenkomst, en dat was het natuurlijk ook. Burgemeester IJzerman staat stil bij alle slachtoffers, Nederlanders en Duitsers, die vielen door het oorlogsgeweld. Bij de verwoestingen die dit met zich meebracht. Bij de meer dan 400 gebouwen die in de stad in puin lagen. En hij vertelt, dat de gemeenten waar alle Wageningers tijdens de evacuatie zo gastvrij werden opgevangen, hiervoor zijn bedankt namens het gemeentebestuur.
En dan gaat men door met de vergadering, met de aanpak voor de herbouw van de stad. Met de vraag hoe, tijdens de ongetwijfeld moeilijke bezetting, Wageningen zo goed mogelijk te besturen.
Dat duurde niet lang meer.
Al in juli 1940 werd door de bezetter bepaald, dat de leden van de gemeenteraad die lid waren van de Communistische Partij Nederland per direct de werkzaamheden moesten neerleggen.
In Wageningen moesten Hendrik van Dam en Johannes Dolphijn hun gekozen zetel opgeven. Johannes Dolphijn werd op 25 juni 1941 gearresteerd en weggevoerd als zogenaamde ‘Nacht und Nebel’ gevangene. Onbekend voor zijn familie waarheen, met als doel hem te laten verdwijnen. Eind mei 1945 bleek hij in kamp Dachau bij München te verblijven. Hij overleefde de oorlog ternauwernood.
De naam van Hendrik van Dam staat hier naast mij op het monument. Hij werd op 16 augustus 1942 in de omgeving van Amsterdam gearresteerd. En op 16 oktober schrijft hij een afscheidsbrief aan zijn naasten. Op diezelfde dag werd hij samen met veertien anderen door de Nazi’s gefusilleerd in het Treekerbos te Woudenberg, als vergelding voor acties van het verzet.
Juist nu, zo net na de gemeenteraadsverkiezingen, kunnen wij ons haast niet voorstellen dat die vrijheid van verkiezingen, om gekozen te worden en te staan voor je eigen politieke overtuiging er niet zou zijn. Dat het je je leven kan kosten.
Johannes Dolphijn onderging hierom de verschrikkingen van de kampen, Hendrik van Dam werd erom vermoord.
Democratie is niet vanzelfsprekend.
Ook vandaag niet. Op talloze plekken in de wereld. Ik denk aan de mensen in Oekraïne die door de brute oorlog tegen hun land geen verkiezingen kunnen organiseren. Ik denk aan de moedige oppositie in Iran die met verschrikkelijk geweld wordt onderdrukt in hun strijd voor een vrije en democratische toekomst. Ik denk aan alle mensen, van Palestina tot Eritrea, aan wie het stemrecht is ontzegt door de machthebbers. Ik denk aan onze vrienden uit Hongarije die opstonden en die tegen alle verwachtingen in de oneerlijke verkiezingen wisten te winnen om de democratie te herstellen.
Dit is waar weerbaarheid om gaat. We kunnen ons in Nederland voorbereiden op 72 uur zonder elektriciteit, internet en stromend water. U heeft erover kunnen lezen in een boekje van de Rijksoverheid. Maar niets kan ons voorbereiden op een leven van onderdrukking zonder democratie. Daar is geen noodpakket tegen opgewassen als het eenmaal zover is. De enige verdediging voor de democratie en tegen autocratie zijn wij zelf. Iedere dag opnieuw.
We hebben een voorbeeld, nog niet heel lang geleden tijdens de bezetting gedurende de Tweede Wereldoorlog. Eén generatie, mensen leven nog die het na kunnen vertellen. Morgen zwaaien we ze toe tijdens het defilé. We horen hun verhalen over het verleden, maar luisteren we naar de les van de geschiedenis die zij ons willen leren? Of keren we ons liever af, van de ongemakkelijke waarheid dat het weer kan gebeuren? Dat het onder ons is. En dat het dus aan ons is om op te staan en de democratie en de vrijheid te beschermen. Elke dag opnieuw. In Nederland, in Europa en in de wereld.
En daarom staan we hier. Hier, bij dit monument. Met namen die in steen zijn vastgelegd. Met verhalen die niet voorbij zijn, maar die wij blijven vertellen.
Over een paar momenten zijn we twee minuten stil. Twee minuten waarin het stil wordt om ons heen. Maar waarin het juist niet leeg is. Want in die stilte kunnen we denken aan mensen als Johannes Dolphijn en Hendrik van Dam. Aan de keuzes die zij maakten. Aan de prijs die zij daarvoor betaalden.
En misschien ook aan de vraag die dat ons vandaag stelt. Wat betekenen vrijheid en democratie voor ons? Wat betekent het om verantwoordelijkheid te nemen? En wat vraagt dat van ons, hier in Wageningen, vandaag?
Laten we die stilte niet alleen gebruiken om terug te kijken. Maar ook om vooruit te denken. Zodat wat toen is gebeurd, niet alleen wordt herinnerd, maar ons ook richting geeft voor wat wij vandaag doen.