Agrarisch onderwijs en onderzoek

In 1876 koopt het Wageningse gemeentebestuur een groot gebouw aan de Herenstraat (de Bassecour) en schenkt het aan het Rijk, onder voorwaarde dat het Rijk daarin de op te richten middelbare landbouwschool zal vestigen en in stand houden. Het is een ruimhartige, door welbegrepen eigenbelang ingegeven, geste.

De Bassecour omstreeks 1890

De gemeente heeft hoge verwachtingen van de aanwezigheid van een dergelijke opleiding binnen haar grenzen. Die verwachtingen komen uit. In 1876 wordt de landbouwschool geopend en na een aarzelend begin groeit de school uit tot een veelzijdig opleidingsinstituut. Het onderwijsaanbod varieert van voortgezet lager, tot bijna academisch niveau.

Proeftuinen omstreeks 1890

Aan het einde van de negentiende eeuw bestaat de oorspronkelijke Rijkslandbouwschool uit vier hoofdrichtingen, waaronder een Rijkstuinbouwschool en een Rijks H.B.S. Uiteindelijk blijft alleen de Rijks Hogere Land-, Tuin- en Bosbouwschool, de opleiding met het hoogste, nagenoeg universitaire onderwijspeil, daarvan over. Deze school, waarvan sommige docenten zich professor mogen noemen, wordt in 1918 verheven tot Landbouw Hogeschool. Daarna vestigen ook enkele wetenschappelijke instituten zich in Wageningen. 
De grote groei van het agrarisch wetenschappelijk onderwijs en onderzoek vindt echter pas na de Tweede Wereldoorlog plaats.

< vorige pagina

volgende pagina >

Uitgelicht